De Belgische abortuswet (1990)

De Belgische abortuswet

Artikel 348 (uit het Strafwetboek)

Hij die, al dan niet geneesheer, door spijzen, dranken, artsenijen, door geweld of door enig ander middel opzettelijk vruchtafdrijving veroorzaakt bij een vrouw die daarin niet heeft toegestemd, wordt gestraft met gevangenisstraf van een jaar tot vijf jaar en met geldboete van honderd frank tot vijfhonderd frank.

Artikel 350

Hij die door spijzen, dranken, artsenijen, door geweld of door enig ander middel opzettelijk vruchtafdrijving veroorzaakt bij een vrouw die daarin heeft toegestemd, wordt gestraft met gevangenisstraf van drie maanden tot een jaar en met geldboete van honderd frank tot vijfhonderd frank.

 

1° Het feit is evenwel niet strafbaar, indien de zwangere vrouw die door haar toestand in een noodsituatie verkeert, een geneesheer verzoekt haar zwangerschap af te breken en indien de zwangerschapsafbreking uitgevoerd wordt onder de volgende voorwaarden:

a) de zwangerschapsafbreking moet plaatsvinden vóór de twaalfde week na de bevruchting;

b) zij moet onder degelijke medische omstandigheden verricht worden door een geneesheer in een instelling voor gezondheidszorg waar een voorlichtingsdienst bestaat die aan de zwangere vrouw, hetzij op haar verzoek, hetzij op het verzoek van de geneesheer, de passende hulp en raad kan geven over de middelen waarop de vrouw een beroep zou kunnen doen voor de maatschappelijke en psychologische problemen welke door haar toestand zijn ontstaan, en die haar eveneens omstandig kan inlichten inzonderheid over de rechten, de bijstand en de voordelen, bij wet en decreet gewaarborgd aan de gezinnen, aan al dan niet gehuwde moeders en hun kinderen, evenals over de mogelijkheden om het kind dat geboren zal worden te laten adopteren.

2° De geneesheer tot wie een vrouw zich wendt om haar zwangerschap te laten afbreken, moet:

a) de vrouw inlichten over de onmiddellijke of toekomstige medische risico's waaraan zij zich blootstelt door het afbreken van de zwangerschap;

b) de vrouw herinneren aan de verschillende opvangmogelijkheden voor het kind dat geboren zal worden en, indien nodig, een beroep doen op het personeel van de dienst bedoeld in artikel 350 °1, om de voorlichting en de raad te geven voorgeschreven in dat artikel;

c) zich vergewissen van de vaste wil van de vrouw om haar zwangerschap te laten afbreken.

De geneesheer kan de zwangerschapsafbreking niet eerder verrichten dan zes dagen na de eerste raadpleging en nadat de vrouw, de dag van de ingreep, schriftelijk te kennen heeft gegeven dat ze vastbesloten is de ingreep te ondergaan. Deze verklaring moet bij het medisch dossier worden gevoegd.

4° De geneesheer of een andere bevoegde persoon van de instelling voor gezondheidszorg waar de ingreep is verricht, moet aan de vrouw de nodige voorlichting verstrekken inzake contraceptiva.

5° Geen geneesheer, geen verpleger of verpleegster, geen lid van het paramedisch personeel kan gedwongen worden medewerking te verlenen aan een zwangerschapsafbreking. De geneesheer die weigert een dergelijke ingreep te verrichten, is gehouden de vrouw bij haar eerste bezoek in kennis te stellen van zijn weigering.

Na de termijn van 12 weken kan de zwangerschap slechts worden afgebroken, indien het voltooien van de zwangerschap een ernstig gevaar inhoudt voor de gezondheid van de vrouw of indien het vaststaat dat het kind dat geboren zal worden, zal lijden aan een uiterst zware kwaal die als ongeneeslijk wordt erkend op het ogenblik van de diagnose. In dat geval moet de geneesheer tot wie de vrouw zich heeft gewend, de medewerking vragen van een tweede geneesheer, wiens advies bij het dossier moet worden gevoegd.

Artikel 351

De vrouw die opzettelijk een vruchtafdrijving laat verrichten buiten de voorwaarden gesteld in artikel 350, wordt gestraft met gevangenisstraf van een maand tot een jaar met geldboete van vijftig frank tot tweehonderd frank.

Gepubliceerd in: Scriptiepakket
Tags: abortus scriptiepakket Belgische abortuswet belgie wet
 

Vlaams noodnummer : 03 225 08 02

© 2006-2010 Jongereninfolife