| 'Doden baby met handicap toestaan' |
|
september 2006
LONDEN - Omstreden gevaarlijke theorieën uit de jaren '30 van voor het nazisme zien opnieuw het levenslicht. Zo heeft de omstreden Australische bioethicus en filosoof Peter Singer er zijn verbazing over uitgesproken dat ook onder voorstanders van abortus bezwaren bestaan tegen zijn opvatting dat baby's die met een handicap geboren worden, maar beter gedood kunnen worden.
In een vraaggespek met de Britse krant The Independent herhaalt Singer deze opvatting, waarvoor hij in het verleden internationaal zwaar bekritiseerd is. In het vraaggesprek geeft hij aan dat hij een pasgeboren baby met een handicap zeker zou doden ,,als dat in het belang is van de baby en het gezin als geheel''. Singer verbaast zich erover dat velen die zelf voorstander zijn van abortus deze opvatting schokkend vinden.
,,Eén punt waarop ik het eens ben met tegenstanders van abortus is dat, meer bezient vanuit de ethiek dan vanuit de wet, er geen scherp onderscheid bestaat tussen een foetus en een pasgeboren baby.''
Maar terwijl de bijvoorbeeld prolifebeweging daaraan de conclusie verbindt dat zowel het geboren als het ongeboren leven beschermd dient te worden, stelt Singer zich op het standpunt dat noch ongeboren kinderen, noch gehandicapte geboren baby's wettelijk bescherming zouden moeten genieten en dat het het geoorloofd moet zijn, hen te doden.
Eerder schreef Singer al in zijn boek Rethinking Life and Death, dat menselijke baby's geen personen zijn en dat hun levens daarom niet méér beschermwaardig schijnen dat het leven van een foetus.
Tegenstanders van abortus zien in de theorie van Singer het bewijs dat wanneer de mens zelf de norm gaat bepalen van leven of dood we steeds verder afglijden naar een maatschappij waar volgens willekeur de zwakkeren worden gedood en opgeofferd ten voordele van de sterkeren.
|
|