|
Sinds de abortus is mijn leven een hel.” De 18-jarige Brit zit achter een kop thee in een cafeetje. Haar ogen zijn dik van het huilen en haar mascara loopt in streepjes over haar wangen. “Ik kan er niets aan doen”, verontschuldigt ze zich. “Elke keer als ik eraan denk, komen de tranen.” Brit was net 18 geworden toen ze ontdekte dat ze zwanger was. “Ik schrok me dood. Ik had sinds een aantal weken een vriendje en we hebben het één keer zonder condoom gedaan. Toen ik maar niet ongesteld werd, begon ik me zorgen te maken. Na twee weken heb ik een test gedaan. Ik had twee strepen. Ik was zwanger.” Brit raakte meteen in paniek. “Ik dacht dat kan helemaal niet. Ik ben net 18, woon nog thuis en zit nog op school. Ik wist echt niet wat ik moest doen. De volgende dag ben ik naar die jongen zijn huis gereden en heb het hem verteld. Hij bleef heel kalm en troostte me. Hij zei dat alles goed kwam en gaf me de telefoon om de abortuskliniek te bellen. In een waas ben ik de volgende dag naar het eerste gesprek gegaan. Daarna had ik vijf dagen bedenktijd. Ik twijfelde enorm, maar durfde het tegen niemand te zeggen. Mijn ouders wisten niet eens dat ik zwanger was en mijn vriendje had erg duidelijk gemaakt dat hij het kindje niet wilde hebben.” “Huilend ben ik vijf dagen later geholpen. Toen de ingreep klaar was voelde ik me enorm leeg, maar de dokter die me had geholpen zei dat dat wel over zou gaan. Nu is het inmiddels bijna een half jaar later, maar ik voel me slechter dan ooit. Elke nacht denk ik aan hoe het zou zijn geweest om nu zwanger te zijn en de trappelende voetjes in mijn buik te voelen. Dat ik het best gered zou hebben. School en een baby. Ik moet immers nog maar een jaartje. Maar het is nu te laat. Ik heb mijn baby weg laten zuigen en ik zal het mezelf nooit vergeven.” Vrouwen die een abortus hebben ondergaan hebben vaker last van depressies, angsten en problemen met alcohol dan vrouwen die hun kind lieten komen of niet zwanger zijn geweest. Dat blijkt uit een onlangs gepresenteerd onderzoek uit Nieuw-Zeeland. Onderzoekers volgden daar een groep van 1500 vrouwen en gingen na of zij in de leeftijd van 15 tot 25 jaar abortus hadden gepleegd. Op hun 25ste jaar had 42 procent van de vrouwen waarbij dit het geval was, last van ernstige psychische problemen. Twee keer zoveel als bij de vrouwen die geen abortus hadden gepleegd. De uitslag is opmerkelijk omdat hiervoor altijd werd aangenomen dat de kans op psychische schade na een abortus uiterst klein is. Geert-Jan Noorman, van de VBOK, een vereniging die ongewenst zwangere meiden begeleidt, herkent de uitkomst van het onderzoek. “Bij ons komen geregeld meiden die achteraf helemaal niet blij zijn met de abortus of last hebben van schuldgevoelens en depressies. Wij noemen dat ook wel het postabortus syndroom. Deze gevoelens ontstaan meestal bij een groep die vanaf het begin al twijfelde aan de ingreep. Vlak na de abortus, wanneer er in plaats van opluchting een leeg gevoel ontstaat, maar ook weken of zelfs maanden daarna. Vaak geven meiden aan dat ze op dat moment beseffen dat het kindje toch wel in hun leven had gepast.” Laura van Lee, onderzoekster bij Rutger Nisso Groep, weet ook dat er een groep vrouwen bestaat die negatieve gevolgen ondervinden van de abortus. “Er zijn veel vrouwen die heel goed weten wat ze willen en na de abortus makkelijk hun leven weer oppakken, maar er zijn vrouwen waarbij dit niet zo makkelijk is. Het komt inderdaad voor dat vrouwen spijt krijgen van hun beslissing of zich enorm schuldig voelen over het besluit. Dit kan leiden tot diepe depressies.” Toch hoor je in Nederland maar weinig over negatieve gevolgen van abortus. Veel abortusartsen ontkennen zelfs het bestaan ervan. Volgens Laura van Lee komt dit vooral omdat het onderwerp enorm gevoelig ligt, zeker met de huidige regering waar ook de ChristenUnie deel van uitmaakt. “Artsen, maar ook andere mensen die zich sterk maken voor abortus zijn enorm bang dat negatieve verhalen over abortus zullen leiden tot beperkingen of zelfs afschaffing van het abortusrecht. Zij claimen dat vrouwen heel goed over hun eigen lichaam kunnen beslissen en weten wanneer ze wel of niet het kind willen houden. In de meeste gevallen is dat ook zo, maar lang niet altijd.” Dat er veel meiden zijn die te maken krijgen met deze negatieve gevoelens blijkt wel uit het feit dat Metro in een week tijd een tiental meisjes sprak die in 2007 een abortus ondergingen en daar achteraf niet blij mee zijn. De meisjes verzamelen zich grotendeels op internet waar ze op forums praten over hun gevoelens. Zo ook de 19-jarige Sarah. Op abortus.startpagina.nl drukt ze alle vrouwen die twijfelen aan een abortus op het hart het niet te doen. “Voor mij is het te laat om te mogen kiezen. Weghalen of houden. Ik heb vorige week woensdag mijn kleine jongetje weg laten halen. Ik stond er niet 100 procent achter, maar toch zei ik op een gegeven moment doe het maar. De vader van mijn kindje is een Turkse jongen. Hij wilde het weghalen omdat zijn familie hem anders niet meer zou aankijken. Mijn liefde voor hem was op dat moment groter dan voor die kleine, dus ik stemde toe. Nu lig ik op bed en heb zoveel vragen: Hoe zou m’n kindje eruitzien? Hoe zou het allemaal zijn gegaan? Ik smeek dan ook aan iedereen die niet 100 procent achter haar keuze staat, niet naar de kliniek te gaan. Je zult het jezelf nooit vergeven.” Ook Amanda zegt achteraf spijt te hebben van haar keuze: “Ik heb vijf maanden geleden een abortus gehad. Verstandelijk gezien goed, maar gevoelsmatig de meest stomme en foute beslissing van mijn leven. Ik zat geestelijk zo in de knoop toen ik ontdekte dat ik zwanger was dat ik niet meer goed kon nadenken. Ik heb huilend een verwijsbrief gehaald bij de huisarts, huilend een afspraak gemaakt bij een abortuskliniek in Alkmaar en huilend in de kamer gezeten waarop de arts zei: “Nou, nou je hebt het er maar moeilijk mee.” “Vanaf de dag na de abortus is mijn leven een hel met ups en downs. Ik heb vreselijke spijt, had sterker in mijn schoenen moeten staan. Verstandelijk gezien kon het bij ons op dat moment niet. Ons huis was al jaren in verbouwing en ik werkte veel. Nu werk ik stukken minder en het huis is ineens in sneltreinvaart bijna af. Dat was me dus ook gelukt als ik zwanger was gebleven. Eigenlijk begrijp ik ook niet zo goed waarom niemand in de kliniek aan de bel heeft getrokken. Het moet voor hen toch overduidelijk zijn geweest dat ik met mezelf in de knoop zat.” Volgens Geert-Jan Noorman is het daarom erg belangrijk dat er in de klinieken beter gelet wordt op twijfel. “Op dit moment zien vrouwen alleen de huisarts en een verpleegkundige in de kliniek. Voor vrouwen die zeker zijn van hun keuze is dat meer dan zat. Maar voor degenen die twijfelen of die zo in paniek zijn dat ze zonder hulp geen weloverwogen besluit kunnen nemen, niet. Het is erg belangrijk dat deze groep eruit wordt gepikt en in ieder geval nog met een gespecialiseerd persoon praat zoals een psycholoog of een maatschappelijk werker.” Ook heerst er volgens Noorman vaak nog veel onduidelijkheid over de nazorg. “Is de huisarts hiervoor verantwoordelijk of de kliniek? Wie moet de vrouw waarschuwen voor negatieve gevolgen van abortus en wie moet de vrouw wijzen op de hulpmogelijkheden die er dan zijn? Het zijn allemaal vraagtekens waar twintig jaar na de start van de abortuswetgeving toch echt duidelijkheid over moet komen.” Laura van Lee geeft inmiddels aan dat de Rutger Nisso Groep in opdracht van het ministerie van Volksgezondheid inmiddels bezig is met een onderzoek naar de abortusklinieken. “Wij begrijpen ook dat er nog veel onduidelijkheden zijn, vandaar dat we op dit moment aan het kijken zijn wat we nog kunnen verbeteren. Mogelijk komt er verder dit jaar ook nog een apart onderzoek naar de gevolgen van abortus.” Brit is blij dat er inmiddels wat gaat gebeuren in de klinieken. “Ik denk dat als er meer was doorgevraagd ik ten slotte wel had gezegd dat ik twijfelde. Maar er werd niet doorgevraagd en ik stond iedere keer na vijf minuten weer buiten. Ik hoop dat er iets gaat veranderen zodat meisjes na mij wel een weloverwogen beslissing kunnen nemen. Voor mij is het te laat. Ik moet nu verder zonder mijn baby.”
|
||||||

Bron: Metro door Marije Veerman 25 januari 2008