Mag abortus of niet? De ethische kwestie
Mag abortus of niet?
De ethische kwestie
Mag abortus of niet? Op deze ogenschijnlijk simpele vraag kan men dus ofwel antwoorden met ja, al dan niet onder bepaalde voorwaarden, ofwel met nee. Maar elk van deze antwoorden roept meteen een nieuwe vraag op, met name op grond waarvan of met welk recht mag je dan zeggen dat abortus al dan niet mag? Dan lijkt het antwoord niet zo simpel meer te zijn. Een diepgaande reflectie over de grondslagen van de moraal of ethiek dringt zich dan op.
Keuze voor of tegen abortus?
Uit de laatste cijfers blijkt dat er jaarlijks in België zo'n 18 000 kinderen geaborteerd worden. Bij jongeren onder de 20 eindigt bijna 43% van de zwangerschappen in abortus.
De meest genoemde motivatie om tot abortus over te gaan is 'het op dit moment niet hebben van een kinderwens' of zichzelf te jong vinden. Ook worden slechte financiën, sociale problemen en een voltooid gezin als reden opgegeven.
Blijkbaar is de onmiddellijke toekomst van de ouder(s) belangrijker dan het leven van het ongeboren kind. De geboorte van een kind zou de toekomstplannen dwarsbomen en dus moet het kind weg.
Is een ongeboren kind een volwaardige mens?
Is een ongeboren kind een volwaardige mens, ook al is zijn leven nog niet ontwikkeld?
Wanneer 23 chromosomen van de eicel versmelten met 23 chromosomen van de zaadcel is er al sprake van een mens. Biologisch gezien ligt de unieke genetische code van een nieuwe persoon vast: er bestaat zo geen tweede, die heeft nooit bestaan en die zal nooit meer bestaan. Ieder van ons is zelf zo ontstaan. Alle kenmerken van de persoon liggen vast en zullen daarna alleen nog maar ontwikkelen. Vanaf de derde week klopt het hartje al en tijdens de elfde week ontwikkelen de vingers zich met de afdruk die in onze maatschappij juridisch als identificatie van een persoon geldt. Een ongeboren kind is uniek en elke dag die het leeft, bouwt het aan zijn eigen bestaansgeschiedenis. Mag je het leven van een persoon die als 'ongewenst' wordt ervaren, beëindigen? Een abortus is immers onherroepelijk en kan nooit ongedaan worden gemaakt, ook niet als er later spijt zou komen.
Wat in moeilijke situaties ?
Een kind dat niet verwacht wordt, brengt veel gevoelens en emoties teweeg en dat mag je niet vergeten. Geen enkel meisje mag met haar probleem blijven zitten. Maar welk probleem pak je aan? Hoe zit het met de opvang en zorg voor het zwangere meisje zelf? Wat met de school of het werk? De partner? De ouders, de omgeving? De financiën?… We dragen hierbij allemaal een grote verantwoordelijkheid. De vraag is ook waarom er een keuze voor abortus wordt gemaakt. Vaak dringen anderen (partner, ouders, omgeving,…) aan op zwangerschapsafbreking. Deze druk wordt zelfs door hulpverleners uitgeoefend met het argument dat het de meest voor de hand liggende of zelfs de enige reële optie is. Er zijn natuurlijk nog veel meer redenen te bedenken. Redenen als angst, slechte timing en moeilijke omstandigheden horen daar zeker bij. Soms moeten haast onmogelijke keuzes gemaakt worden tussen moeder èn kind.
Een mening ontwikkelen
‘Kiezen vraagt kennis’. Daarom is het belangrijk dat je hier op voorhand een duidelijke mening over vormt. Aan de hand van getuigenissen en positief beeldmateriaal over de ontwikkeling van het menselijk leven, worden de jongeren tijdens voorlichtingssessies tot nadenken gedwongen, waarna een bewuste reflectie ontstaat. De hulpverlening van ’Jongeren Info Life verleent hulp aan alle betrokkenen, niemand uitgezonderd en zonder enig vooroordeel waarbij het gaat om de vrouw, het kind, de relatie en de omgeving.
Bestaat er iets als objectief goed en kwaad?
Hoe weten wij of een bepaalde handeling goed of slecht is? Op grond waarvan kunnen wij zeggen dat iets goed of slecht is?
Zijn er waarden, wetten, normen die algemeengeldend zijn, m a w. kunnen we spreken van een objectief goed of kwaad, dat dus voor iedereen, die van goede wil is, al dan niet gemakkelijk te ontdekken valt?
Maar waarom dan al die verschillen in opvattingen over goed en kwaad in de verschillende culturen en groepen? Of hangen de inhouden van de begrippen goed en kwaad gewoonweg af van ieders persoonlijke appreciatie? Zijn goed en kwaad dus totaal subjectief? M a w. heeft ieder zijn eigen goed en kwaad dat totaal losstaat van het goed en kwaad van de anderen?
Maar op grond waarvan kunnen wij dan nog van misdaden spreken? Mogen we dan Hitler en zijn handlangers nog wel als misdadigers afschilderen, want zij zagen het uitroeien van de joden zelf als iets goeds?
Bestaan goed en kwaad dan nog wel of zijn het slechts hersenspinsels van de mensen, bedenksels of uitvindingen? Maar als het slechts hersenspinsels zijn, waarom voelen mensen zich dan zo geraakt als zij menen het ‘slachtoffer’ te zijn van een bepaald ‘kwaad’ of waarom blijven mensen zich steeds weer opnieuw schuldig voelen?
Er zullen steeds filosofieën blijven bestaan die elke transcendente (boven en buiten de wereld) of objectieve grondslag voor waarden en normen ontkennen. We denken maar aan die van Nietzsche die beweert dat de sterke (elitaire, machtige, intelligente, moedige, vooraanstaande, zelfbewuste, vrije, vitale) mens zijn eigen waarden en normen moet maken en die opleggen aan de (vulgaire, machteloze, domme, blinde, laffe, onderdanige, slaafse, zwakke) massa. Maar de meeste mensen zullen bewust of eerder intuïtief erkennen dat er wel iets als een objectief goed en kwaad bestaat, dat er wel transcendente waarden, wetten en normen zijn die voor iedereen gelden, alleen vragen ze wel veel moeite van ons (geweten) om die te achterhalen en zal niemand nooit het volledige inzicht in het onderscheid tussen goed en kwaad bereiken.
Goed en kwaad zijn geen vrijblijvende begrippen
Goed en kwaad zijn dus geen vrijblijvende begrippen, ze vragen van elke (volwassen, vrij en bewust) mens een persoonlijke stellingname. Elke (volwassen, vrij en bewust) mens moet dus voor zichzelf ontdekken wat hij denkt dat volgens hem goed en kwaad is en dan er naar handelen. Zijn kijk op wat goed en kwaad is, wordt sterk bepaald door zijn visie op mens en wereld, door zijn levensbeschouwing. Elke ethiek is dus steeds ingebed in een bepaalde levensbeschouwing.{mospagebreak title=Personalisme}
Personalisme versus autonomie van het individu
I v m. de discussie over de geoorloofdheid van abortus laten we twee filosofische visies op mens en wereld aan het woord: het personalisme en de autonomie van het menselijk individu.
(1) Personalisme
Het personalisme is een filosofische stroming, ontstaan in de 20e eeuw, die tegelijk het unieke van elke menselijke persoon en zijn verbondenheid met andere menselijke personen sterk benadrukt.
Het unieke: omdat elk mens zijn eigen oorsprong en waarde heeft die niet afhangt van (het oordeel van) andere mensen.
Zijn verbondenheid: omdat de mens fundamenteel relationeel is. De mens kiest niet vrijblijvend voor relaties, de mens is in wezen relatie. Men kan de mens niet los denken van zijn medemensen. Elk mens heeft zijn ontstaan, ontwikkeling en identiteit geheel of deels te danken aan zijn medemensen en draagt zelf deels of geheel bij tot het ontstaan, de ontwikkeling en de identiteit van andere mensen. Daarom zijn de mensen ook verantwoordelijk voor elkaar. Omgaan met elkaar is natuurlijk voor de mens, tegennatuurlijk is dan weer de onverschilligheid die steeds het gevolg is van een principiële afwijzing van de medemens in het hart. Joden en christenen geloven in een God die met elke mens een persoonlijke relatie wil aangaan en die elk mens oproept Hem en zijn medemensen te beminnen. Het joodse en christelijk geloof is dus in feite personalistisch: alles wordt bekeken vanuit een ik-jij-relatie. Maar ook atheïsten, agnostici en mensen van andere levensbeschouwingen kunnen personalisten zijn.
Welke consequentie heeft deze visie op de morele vraag of abortus mag of niet? Voor een personalist heeft elk menselijk leven een eigen waarde die niet herleid kan worden tot het oordeel van andere mensen. Daarom kan de mens niet (zomaar) beslissen over het leven van een ander.
Dit geldt ook voor het embryo en de foetus.
‘Want het embryo is geen reproduceerbaar voorwerp in het lichaam van de vrouw, is geen anoniem cellenmagma, het bezit een identiteit en een uniekheid die langzaam, van dag tot dag, naam en gestalte zullen krijgen in de verwachting van de moeder (en van de vader). Ouders vragen zich van het prille begin af hoe hun kindje er zal uitzien, of het een jongetje of een meisje zal zijn, op wie het zal gelijken.In het embryo zien we ons dus geplaatst tegenover een – weliswaar ontluikende - medemens die tot eerbied of verbondenheid oproept. Niet objectiverende gevoelloosheid maar schroomvolle eerbied blijft hier de normale houding. De huiver voor het schenden van het embryo is geen oppervlakkige, voorbijgaande gevoeligheid noch een dom sentiment dat zo snel mogelijk moet worden afgebouwd. In de huiver manifesteert zich integendeel een belangwekkend gegeven: dat wij raakbaar zijn door de aanwezigheid van een – zij het toekomstig – medemens. We drukken er onze fundamentele verwantschap met het embryo in uit. De weerloosheid van het embryo doet denken aan de radicale kwetsbaarheid van alle menselijke bestaan. De gevoelens van het respect voor het embryo zijn de uitdrukking van dezelfde morele bewogenheid en dezelfde nederigheid die ons ontvankelijk maken voor het lot van de gekneusde en door lijden ontluisterde mens. In de gevoelens van huiver tegenover het embryo herkennen wij onszelf als ethische wezens: als wezens die gevoelig zijn voor wat de waardigheid van de mens bedreigt, ook al is deze nog niet in staat om respect voor deze waardigheid af te dwingen. (Uit: W. Van Reussel, Leven & Dood, p. 35 e v )’
Een personalist is in principe tegen abortus. Het leven dat in de moederschoot ontstaat, heeft een eigen waarde dat niet afhangt van het oordeel van andere mensen. Als bepaalde personalisten toch vinden dat abortus mag, dan is dat slechts bij wijze van uitzondering, als er andere heel zwaarwichtige redenen in het geding zijn die het uitdragen van de zwangerschap risicovol maken voor de moeder. Personalisten verwerpen dus de vrije keuze voor abortus. Er is dus geen sprake van een zogenaamd recht op abortus (‘baas in eigen buik’).
Voor wie het moeilijk heeft om de voorgaande redenering te volgen, kan misschien het volgende helpen om te begrijpen waarom personalisten tot deze conclusie komen. Voor personalisten gaat het uiteindelijk om de liefde. We kunnen de mensen slechts als personen respecteren als we van hen houden. Vanuit het standpunt van de liefde is abortus een verkeerde daad. We kunnen misschien wel begrip opbrengen dat sommige mensen in moeilijke omstandigheden toevlucht nemen tot abortus maar eigenlijk is dat steeds een capitulatie tegen de liefde.
De personalisten weten zich gesteund in hun visie op de mens als relationeel wezen in het feit dat vele vrouwen die een kind hebben laten aborteren, die abortus achteraf als traumatisch hebben ervaren onafgezien van het feit of ze die abortus geheel uit eigen keuze of instemming hebben gedaan of onder druk vanuit de omgeving.{mospagebreak title=De autonomie van het individu}
(2) De autonomie van het individu
De mens is een autonoom individu. Het individu is een soeverein bezitter van zijn eigen leven. De mens schept, ontwerpt en creëert zijn eigen leven. In de mens sluimeren tal van mogelijkheden die erom vragen om gerealiseerd te worden. De mens bepaalt zelf zijn doelen die hij wil bereiken in zijn leven en realiseert daarbij zijn mogelijkheden (= zelfrealisatie of zelfontplooiing). Hij kan dus doen met zijn leven wat hij wil zolang hij de vrijheid van de ander niet aantast (recht op zelfbeschikking).
Het autonome individu ziet zijn verhoudingen met anderen het liefst in termen van een contract dat kan worden aangegaan en verbroken onder de voorwaarden die het zelf in vrijheid heeft bepaald. Dit contract is wederkerig: het erkent de morele gelijkwaardigheid van de ander. Men is elkaar schuldig waartoe men zichzelf heeft verplicht, niet meer en niet minder. Als de schuld niet kan worden vereffend, dan volgt het verbreken van de relatie. Niemand is op grond van de vrijheid van zijn individuele autonomie verplicht een relatie voort te zetten of te herstellen met iemand die schuldig tegenover hem of haar staat.
Het liberale ‘zelf’ beschouwt zijn relaties als ophaalbruggen die het op elk gewenst moment kan op- en neerlaten. Het ‘zelf’ in dit mensbeeld is een eiland van neutraliteit dat zijn morele integriteit denkt te kunnen bewaren door van niemand loyaliteit te verwachten, en met niemand solidair te zijn. Tolerantie is de hoogste deugd.
Het voelt zich vooral verantwoordelijk tegenover zichzelf, in die zin of hij erin geslaagd is dichterbij te komen tot de doelen die het individu zich gesteld heeft.
Welke consequentie heeft deze visie op de morele vraag of abortus mag of niet? Mensen die uitgaan van de autonomie van het individu spreken vooral van het recht op zelfbeschikking. Iedere mens doet met zijn leven wat hij wil.
Hun visie op abortus zal dan vooral afhangen van welk statuut ze geven aan het ongeboren kind. Zolang ze het embryo en de foetus niet zien als een eigen autonoom wezen, maar eerder als een klompje cellen, zullen zij eerder spreken van het recht op zelfbeschikking van de vrouw. Als ze het kind niet wenst, mag ze het dan laten wegnemen (het zogenaamde recht op abortus). Iedere (zwangere) vrouw is dus vrij al dan niet te kiezen voor abortus (pro-choice).
Mensen kunnen vanuit de visie van de autonomie van het individu zichzelf hoge doelen en idealen stellen. Maar diezelfde visie kan evengoed een vrijbrief zijn voor al wie wil handelen vanuit een egocentrisch hedonisme.
Zo heeft de Australische filosoof Peter Singer een nieuwe (?) ethiek voor de maakbare mens ontwikkeld die berust op het menselijk autonoom handelen. Het betreft een ethiek van het hoogst mogelijk geluk. In de lijn van deze ethiek stelt hij het volgende ‘een abortus maakt een einde aan een bestaan dat geen enkele ‘intrinsieke' waarde heeft'[1]. (Peter Singer, Een ethisch leven, p. 206) Vervolgens argumenteert hij dat pasgeboren baby's op hetzelfde niveau staan als foetussen, wat betreft het recht op leven. Wel vindt hij het moeilijk om aan te geven wanneer een kind recht op leven krijgt, misschien bij een leeftijd van 2 of 3 jaar. Voor de zekerheid stelt hij dat baby's tot een paar maanden in ieder geval geen recht op leven hebben. De visie rond gehandicapt leven wordt duidelijk weergegeven in het citaat: ‘als de dood van een gehandicapt kind leidt tot de geboorte van een ander kind met gunstiger vooruitzichten, zal de totale hoeveelheid geluk groter zijn. Het verlies van geluk voor het eerste kind wordt gecompenseerd door de winst van een gelukkiger leven voor het tweede. Als het doden van het kind met hemofilie geen ongunstig effect heeft op anderen, zou het daarom volgens de totaalvisie goed zijn'(uit Peter Singer, Een ethisch leven, p. 24) . Samengevat zegt hij dat wanneer een kind (hetzij ongeboren of geboren) het eigen geluk bemoeilijkt of de eigen groeikansen naar geluk in de weg staat (bij bvb. een handicap) dan mag het gedood worden.
{mospagebreak title=Het kerkelijk standpunt}
Het kerkelijk standpunt
Evangelium Vitae
Paus Johannes Paulus II wijdde in 1995 een nieuwe encycliek aan de waardigheid van de menselijke persoon. Hij voelde dat dit nodig was, omwille van de groeiende uitdagingen in de moderne maatschappij. Al de onderwerpen die vandaag actueel zijn, worden behandeld. De ethische problemen over gezinsplanning, demografie, abortus, IVF, euthanasie,... worden helder geanalyseerd.
In hoofdstuk vijf kunnen we het volgende lezen:
5. Aan het probleem van de bedreigingen van het menselijk leven in onze tijd was het Buitengewoon Consistorie van de kardinalen gewijd, dat plaatsvond in Rome van 4 tot 7 april 1991. Na een uitvoerige en diepgaande bespreking van het probleem en van de uitdagingen waarvoor de hele mensenfamilie geplaatst is en vooral de christelijke gemeenschap, hebben de kardinalen mij eenstemmig gevraagd om met het gezag van de Opvolger van Petrus de waarde van het menselijk leven en zijn onaantastbaarheid opnieuw te bevestigen, met verwijzing naar de actuele omstandigheden en naar de aanslagen die het vandaag bedreigen... (deel van tussen uit gelaten)
...Haar roepen is altijd dat van het evangelie voor de verdediging van de armen van de wereld, die bedreigt, ondergewaardeerd en onderdrukt worden in hun mensenrechten'.
Het fundamentele recht op leven wordt vandaag bij een grote menigte zwakke en weerloze menselijke wezens, in het bijzonder bij ongeboren kinderen, met voeten getreden. Als de Kerk aan het einde van de vorige eeuw niet kon zwijgen over het toen heersende onrecht, dan nog minder nu, nu bij het sociale onrecht van het verleden, dat helaas nog niet overwonnen is, in zoveel delen van de wereld zich vormen van onrecht en onderdrukking voegen die nog veel ernstiger zijn, die misschien verwisseld worden met elementen van de vooruitgang met het oog op de vorming van een nieuwe wereldorde.
De voorliggende encycliek, vrucht van de samenwerking van het Episcopaat van ieder land in de wereld, wil dus een precieze en krachtige herbevestiging zijn van de waarde van het menselijk leven en van zijn onschendbaarheid, en tegelijk een hartstochtelijk appel gericht aan allen en aan iedereen, in naam van God: respecteer, verdedig, bemin en dien het leven, ieder menselijk leven! Alleen op die weg zul je gerechtigheid, ontwikkeling, echte vrijheid, vrede en geluk vinden!
Mogen deze woorden alle zonen en dochters van de Kerk bereiken. Mogen zij alle personen van goede wil bereiken, die bezorgd zijn voor het welzijn van iedere man en vrouw en om het lot van de hele samenleving!
In deze encycliek geeft de Paus een dieper inzicht in de verschillende manieren waarop het menselijk leven wordt behandeld. Hij analyseert het gangbare denken in de moderne maatschappij en toont de misvattingen.
Catechismus van de Katholieke Kerk
In 1993 gaf het Vaticaan een nieuw compendium van de onveranderlijke leer van de Katholieke Kerk uit: de Catechismus van de katholieke Kerk (uitgegeven vóór de spellingshernieuwing en daardoor beter bekend als KKK) behandelt de menselijke seksualiteit in de tweede sectie, de tien geboden.
Het vijfde gebod: "Je zult niet doden", spreekt duidelijk over abortus.
2270 Het menselijk leven moet volstrekt geëerbiedigd en beschermd worden vanaf het moment van de conceptie. Vanaf het eerste ogenblik van zijn bestaan moeten de rechten van de persoon voor elk menselijk wezen erkend worden, waaronder het onschendbaar recht op het leven, een recht dat aan elk onschuldig wezen toekomt.
Voordat ik u in de moederschoot vormde, koos ik u uit; voordat ge geboren werd, bestemde ik u voor Mij (Jer. 1,5).
Mijn diepste wezen is U niet verborgen. Toen ik geheimnisvol werd voortgebracht, mijn levensdraden in de schoot gevlochten werden (Ps. 139,15)
Het is duidelijk dat de leer van de Kerk nooit is veranderd sinds het begin van het christendom
2271 Vanaf de eerste eeuw heeft de kerk voorgehouden dat elke opzettelijke abortus ('abortus provocatus') een moreel kwaad is. Dit onderricht is nooit veranderd. Het blijft een vaste leer. De rechtstreekse vruchtafdrijving, die als doel of als middel gewild wordt, is ernstig in strijd met de zedenwet:
Gij zult het kind niet doden door abortus en de pasgeborene zult gij niet laten sterven.
God immers, de Heer van het leven, heeft aan de mensen de uitmuntende taak toevertrouwd om zorg te dragen voor het leven; deze taak moet op menswaardige wijze worden vervuld. Daarom moet het leven reeds vanaf de ontvangenis met uiterste zorg worden beschermd; vruchtafdrijving en kindermoord zijn afschuwwekkende misdaden.
2272 De formele medewerking aan abortus is een zware zonde. De kerk bestraft deze misdaad tegen het menselijk leven met de kerkelijke straf van excommunicatie: 'Wie vruchtafdrijving bewerkt met daadwerkelijk gevolg, loopt een excommunicatie van rechtswege op' 'door het feit zelf dat hij het misdrijf begaat' en volgens de voorwaarden bepaald door het kerkelijk recht. Hiermee wil de kerk niet het terrein van de barmhartigheid inperken. Maar wel maakt ze hiermee duidelijk hoe zwaar deze misdaad is en hoe onherstelbaar,de schade, toegebracht aan het onschuldige slachtoffer, aan zijn ouders en aan de hele samenleving.
2273 Het onvervreemdbaar recht op het leven van elke onschuldige menselijke persoon vormt een constitutief element van de burgerlijke samenleving en haar wetgeving:
'De onvervreemdbare rechten van de persoon moeten door de burgerlijke samenleving en de politieke overheid erkend en geëerbiedigd worden. De mensenrechten hangen niet af van de individuele persoon en evenmin van de ouders; ze zijn evenmin concessies van de gemeenschap en van de staat; ze behoren tot de menselijke natuur en zijn inherent aan de persoon, omwille van de scheppingsdaad, waarin de persoon zijn oorsprong vindt. Onder deze fundamentele rechten moeten wij vermelden: het recht op leven en op fysieke integriteit van elke mens, vanaf zijn conceptie tot aan zijn dood'.
'Op het ogenblik dat een positieve wet een categorie van menselijke wezens berooft van de bescherming, die de burgerlijke wetgeving hen moet verzekeren, miskent de staat de gelijkheid van allen voor de wet. Wanneer de staat zijn macht niet ten dienste stelt van de rechten van alle burgers, en speciaal van de zwakste, wordt de basis zelf van de rechtstaat bedreigd (...). Omdat het kind vanaf het moment van de conceptie moet kunnen rekenen op eerbied en bescherming, zal de wet dus moeten voorzien in geëigende strafrechtelijke sancties voor elke opzettelijke schending van de rechten van het kind'.
Verklaring van de Belgische Bisschoppen over Abortus van mei '73:
'We kunnen begrijpen dat abortus voor sommige mensen in een noodtoestand voorkomt als de enige nog overblijvende mogelijkheid. Degenen die geneigd zijn tot abortus hun toevlucht te nemen, daartoe te helpen of daarop aan te sturen, zouden we met heel de bezorgdheid die in ons leeft, willen inzien dat de mogelijkheid zelfs geen wanhoopsoplossing biedt. Geen enkele situatie, hoe tragisch ook, rechtvaardigt het doden van een persoon in wording, die het menselijk embryo vóór de geboorte is. De houding die we voorstaan, lijkt ons de enige die de mens en de samenleving waardig is. Ze opteert voor doelbewustheid en kracht, en niet voor de gemakkelijkheidoplossing die wil nabootsen wat elders gebeurt of die de moeilijkheden ontwijkt. Ze bevordert de eerbied voor alle menselijke personen door zich veeleisend te tonen in onze gedragingen tegenover de zwaksten. Maar tevens is het van absoluut belang het volgende te herhalen: al zijn we verplicht bepaalde daden als immoreel en tegelijk onwettig af te wijzen, nooit hebben we, of iemand anders, het recht een oordeel uit te spreken over het geweten en de graad van verantwoordelijkheid van degenen die deze daden stellen. En zo de eisen van het sociale leven, maatregelen tegenover deze personen vragen of rechtvaardigen, dan kan hun toestand en hun kommer toch van die aard zijn, dat deze mensen bij eenieder eerder begrip dan onverbiddelijkheid zouden moeten ontmoeten. We kunnen het nooit genoeg herhalen: het is op het wegwerken van de omstandigheden, die een vrouw tot abortus aanzetten, dat de ganse maatschappij zonder uitstel haar inspanningen moet richten.'
De Belgische Bisschoppen stellen heden voor:
- de inspanningen door de verantwoordelijken ondernomen om informatie en opvoeding te verstrekken inzake seksualiteit en verantwoord ouderschap, en dit in een geest van vorming tot ware liefde en eerbied voor de personen;
- een vernieuwde sociale, culturele en familiale politiek ten voordele van de gehandicapten, de natuurlijke kinderen, de ongehuwde moeders en de gezinnen in moeilijkheden;
- de herziening van de wetgeving ten einde de adoptie te vergemakkelijken en aan te moedigen.'
Wetgeving, Historiek van abortus
Wetgeving - Historiek
Abortus is niet een typisch verschijnsel van de 20e eeuw, al zien we dat het aantal uitgevoerde abortussen de vorige eeuw heel sterk is toegenomen. Tot het interbellum (de tijd tussen de twee wereldoorlogen 1918-1939) was abortus in het westen onder invloed van het Romeins (keizerlijk) recht en het christendom bij wet verboden en dit bijna tweeduizend jaar lang. In andere samenlevingen en tijdens de Romeinse republiek (meer dan tweeduizend jaar geleden) was abortus wel aanvaard zoals ook het recht van de vader of de gemeenschap om te beslissen over het leven en dood van de pasgeborene.
In de 19e eeuw zagen onder een deel van de vrijzinnige intellectuele rijke burgerij (vooral in Engeland, de V S. en in Duitsland) nieuwe theorieën het licht van waaruit men abortus gerechtvaardigd achtte, nl. het neomalthusianisme en het sociaaldarwinisme.
Het neomalthusianisme baseert zich op de theorie van Malthus (1766-1834) dat de bevolking zich om de 25 jaar zou verdubbelen terwijl de bestaansmiddelen niet in die mate zouden toenemen en dat daarin de voornaamste oorzaak van de armoede zou liggen. Daarom ijver(d)en de neomalthusianisten voor geboortebeperking vooral onder de armere lagen van de bevolking omdat die het snelst in aantal toenemen. De middelen daartoe zijn: het verhogen van de huwelijksleeftijd, het bevorderen van de seksuele onthouding, maar ook het toepassen van anticonceptie en het toelaten van abortus.
De sociaal-darwinisten probe(e)r(d)en bepaalde principes van de evolutieleer van Darwin op de mensheid toe te passen, nl. de natuurlijke selectie en “the survival of the fittest”. De vooruitgang van de geneeskunde heeft volgens hen een keerzijde. Teveel zwakke exemplaren van de menselijke soort blijven in leven en kunnen hun minderwaardige erfelijke eigenschappen doorgeven aan het nageslacht. Dit zou leiden tot de algemene verzwakking van het menselijke ras. De mensen zouden ziekelijker, gebrekkiger en achterlijker worden. Daarom vinden zij dat de overheid eugenetische maatregelen moet nemen om te voorkomen dat het zover komt, meer nog, sommigen hopen dat ze door de eugenese toe te passen kunnen komen tot een rasveredeling (b v. in de 20e eeuw, Nazi-Duitsland). De meeste sociaal-darwinisten geloven dat de superieure erfelijke eigenschappen vooral te vinden zijn bij de blanken in de hoogste klassen en de inferieure eigenschappen bij de lagere klassen en onder andere rassen. Geboortebeperking waartoe ze ook gedwongen sterilisatie rekenen en abortus moet vooral gepropageerd worden bij de ‘inferieure lagen’ van de bevolking en bij andere rassen. Deze opvattingen zullen in een aantal landen tijdens het interbellum leiden tot de legalisatie van abortus.
| Legalisatie van abortus provocatus tijdens het interbellum | |||||
|
Medische redenen |
Psychologische redenen |
Eugenetische redenen |
Sociaal- economische redenen | ||
| Sovjet-Unie | 1920-1936 | totaal vrij | |||
| Sovjet-Unie | 1936 | + | - | + | - |
| Argentinië | 1921 | + | + | + | - |
| Joegoslavië | 1929 | + | - | - | - |
| Letland | 1932 | + | + | + | - |
| Polen | 1932 | + | + | - | - |
| Duitsland | 1933 | + | - | + | - |
| Catalonië | 1936 | + | + | + | + |
| Roemenië | 1937 | + | - | + | - |
| Zweden | 1938 | + | + | + | - |
| Denemarken | 1939 | + | + | + | - |
| Zwitserland | 1942 | + | - | - | - |
Door de industrialisatie aan het eind van de negentiende eeuw was de maatschappij behoorlijk veranderd. Het thuiswerk bestond bijna niet meer. Kinderarbeid was verboden en zes jaar leerplicht werd ingevoerd.
Daardoor veranderde ook de rol van vrouwen. Het moederschap, het opvoeden van de nieuwe generatie werd hun taak. En die moest meer gewaardeerd worden. Zij wilden zelf beslissingen over hun leven kunnen nemen. Ze wilden in hun eigen levensonderhoud kunnen voorzien. Onderwijs werd voor steeds meer vrouwen mogelijk. Vrouwen wilden gelijke rechten en net zoveel inspraak als mannen. Het feminisme ontstaat als een maatschappelijke en politieke stroming die de emancipatie van vrouwen wil verbeteren. Aan het eind van de 19e eeuw werd vooral gestreden voor het vrouwenkiesrecht.
In de nasleep van de tweede wereldoorlog bleef het een tijdje stil. Maar met de jaren zestig die hebben geleid tot een hele ommezwaai in het denken over verschillende onderwerpen komt er een tweede golf van landen die overgaan tot de legalisatie van abortus. Daartoe behoren o a. het Verenigd Koninkrijk (1967), de Verenigde Staten (1973), Frankrijk (1975), Nederland (1981) en België (1990). Nu worden niet in de eerste plaats eugenetische redenen aangehaald om abortus te rechtvaardigen maar wel feministische. De vrouw moet het recht hebben op abortus als zij dat wil. Ze is baas in eigen buik. Daarnaast speelt nog een tweede reden mee. Vanaf de jaren zestig geloven meer en meer mensen dat de seksualiteit in de eerste plaats een genotsmiddel is en dat die perfect kan beleefd worden los van maatschappelijke, procreatieve en zelfs relationele bekommernissen. Door de introductie van de pil in de jaren zestig is de beoefening van de vrije liefde of seks mogelijk. Maar wanneer de anticonceptie faalt, moet abortus nog altijd mogelijk zijn om te voorkomen dat een niet gepland kind wordt geboren.
Statistische gegevens, aantal abortussen in België
Statistische gegevens
Aantal abortussen in België
Zoals zichtbaar in onderstaande tabellen blijft het aantal officieel geregistreerde abortussen sinds het in voege treden van de wet inzake vrijwillige zwangerschapsafbreking stijgen, ondanks de dalende vruchtbaarheid van de bevolking. Uit studies blijkt daarenboven dat de gemiddelde vrouw minder kinderen krijgt dan ze er eigenlijk wenst.
Tabel 1: Abortuscijfer België 1993-2007
|
Leeftijds-categorie |
1993 |
1997 |
2000 |
2001 |
2005 |
2006 |
2007 |
|
10-14 jaar |
35 |
46 |
46 |
75 |
84 |
83 |
107 |
|
15-19 jaar |
1 250 |
1 744 |
2 036 |
2 133 |
2 301 |
2 531 |
2 601 |
|
20-24 jaar |
2 643 |
2 897 |
3 421 |
3 761 |
4 139 |
4 310 |
4 423 |
|
25-29 jaar |
2 506 |
2 860 |
3 065 |
3 332 |
3 873 |
4 084 |
4 156 |
|
30-34 jaar |
2 105 |
2 425 |
2 661 |
2 822 |
3 093 |
3 191 |
3 369 |
|
35-39 jaar |
1 368 |
1 672 |
1 870 |
1 936 |
2 248 |
2 463 |
2 375 |
|
40-44 jaar |
391 |
575 |
623 |
656 |
882 |
901 |
915 |
|
45-49 jaar |
34 |
34 |
35 |
54 |
74 |
74 |
87 |
|
onbekend/+50 |
48 |
13 |
5 |
6 |
0 |
3 |
0 |
|
Totaal |
10 380 |
12 266 |
13 762 |
14 775 |
16 696 |
17 640 |
18 033 |
|
Gecorrigeerd cijfer |
13 474 |
13 857 |
14 923 |
16 178 |
17 867 |
18 201 |
18 705 |
Voor 2007 komen we aan een totaal van 18 705 officieel aangegeven abortussen (dit is echter het minimumcijfer). Dit komt overeen met een vijftigtal abortussen dagelijks.
Tabel 2: Abortusratio België 1993-2005
|
Jaartal |
Aantal abortussen |
Aantal geboortes |
Aantal zwangerschappen |
Abortusratio |
|
1993 |
13 474 |
119 828 |
133 302 |
10,11% |
|
1994 |
13 215 |
115 361 |
128 576 |
10,28% |
|
1995 |
13 398 |
114 226 |
127 624 |
10,50 % |
|
1996 |
14 533 |
115 214 |
129 747 |
11,20% |
|
1997 |
13 857 |
115 864 |
129 721 |
10,68% |
|
1998 |
13 582 |
114 276 |
127 858 |
10,62% |
|
1999 |
13 937 |
113 469 |
127 406 |
10,94% |
|
2000 |
14 923 |
114 883 |
129 806 |
11,50% |
|
2001 |
16 178 |
114 014 |
130 192 |
12,43% |
|
2002 |
15 716 |
111 225 |
126 941 |
12,38% |
|
2003 |
16 707 |
112 149 |
128 856 |
12,96% |
|
2004 |
16 932 |
115 618 |
132 550 |
12,77% |
|
2005 |
17 867 |
118 002 |
135 869 |
13,15% |
Het is opmerkelijk dat de abortusratio stijgt, zelfs met een duidelijke stijging van het aantal geboortes. Dat betekent dat het aantal abortussen sneller stijgt. Terwijl in 1993 één zwangerschap op tien eindigde in een afbreking is dit voor 2005 reeds één op 7,5 zwangerschappen.
Hier lijkt het alsof abortus een laat anticonceptiemiddel is geworden.
Tabel 3: Tienerabortus België 1993-2005
|
Leeftijd |
1993 |
1997 |
2000 |
2001 |
2005 |
2006 |
2007 |
|
-15 |
35 |
46 |
46 |
75 |
85 |
83 |
107 |
|
15 |
91 |
133 |
155 |
191 |
198 |
210 |
201 |
|
16 |
153 |
249 |
294 |
287 |
319 |
357 |
379 |
|
-15 - 16 |
279 |
428 |
495 |
553 |
621 |
650 |
687 |
|
17 |
272 |
369 |
395 |
455 |
458 |
529 |
528 |
|
18 |
323 |
455 |
536 |
540 |
593 |
669 |
658 |
|
19 |
411 |
538 |
656 |
660 |
733 |
766 |
835 |
|
Totaal |
1 285 |
1 790 |
2 082 |
2 208 |
2 386 |
2614 |
2708 |
|
% -15 - 16 |
21,7 |
23,9 |
23,8 |
25,0 |
26,0 |
24,8 |
25,3 |
Voor het geheel van de tienerabortussen bij meisjes van 10 tot 19 jaar zien we een stijging van 1 285 in 1993 naar 2 708 in 2007, dat is een meer dan verdubbeling met name een stijging van 110%.
Er is een grote stijging van abortus bij de seksueel minderjarige kinderen van 10-15 jaar. De laatste jaren is het aantal abortussen hier met bijna 30 % gestegen.
Motieven opgegeven voor een abortus
Motieven opgegeven voor een abortus
Er zijn altijd zwangeren die meerdere noodsituaties inroepen. Er zijn een aantal tendenzen in het soort noodsituatie dat wordt ingeroepen. Zo zien we slechts een kleine stijging van het aantal meldingen van 'alleenstaande vrouw' als noodsituatie.De top 3 van de ingeroepen noodsituaties is:
- momenteel geen kinderwens
2. de vrouw voelt zich te jong
3. voltooid gezin
Deze drie noodsituaties zijn in feite te resumeren onder de eerste: momenteel geen kinderwens. Dit is verantwoordelijk voor 38,15 % van alle aangegeven abortussen.
Dit wordt gevolgd met student op de 4e plaats (9,15 %) en financiële redenen op de 5e plaats (7,09 % in 2007).
Opvallend is dat ook 'politieke vluchteling' jaarlijks voor zo'n 400 vrouwen een reden is om tot abortus over te gaan. Blijkbaar krijgen deze vrouwen niet de nodige steun om hun kind te houden in hun zo al moeilijke situatie.
Motieven [in %] |
1993 |
1997 |
2000 |
2001 |
2005 |
2006 |
2007 |
|
Lichamelijke gezondheid moeder/kind in gevaar |
4,1 |
3,9 |
4,03 |
4,65 |
3,77 |
3,76 |
4,13 |
|
Niet aanvaarden van de zwangerschap: |
|
|
|
12,07 |
|
53,87 |
|
|
Financiële of materiële redenen |
18,1 |
17,9 |
15,80 |
14,64 |
14,36 |
13,83 |
13,77 |
|
Relationele of familiale redenen |
20,6 |
21,9 |
23,19 |
23,63 |
25,45 |
24,72 |
24,99 |
|
Verkrachting of incest |
0,2 |
0,1 |
0,28 |
0,28 |
0,24 |
0,22 |
0,22 |
|
Politiek vluchteling |
1,5 |
1,3 |
2,35 |
2,59 |
2,58 |
2,39 |
1,83 |
|
Andere |
19 |
5,1 |
5,32 |
3,92 |
1,12 |
1,21 |
1,22 |
We kunnen hierin vier grote groepen van motieven onderscheiden waarom vrouwen abortus aanvragen:
- Medische motieven
- Psychische motieven
- Eugenetische motieven (handicap kind)
- Sociaal-economische motieven
De oorspronkelijke motieven waarom de abortuswet werd gestemd, nl. gevaar voor de lichamelijke gezondheid van de moeder/ het kind en verkrachting of incest, werd voor minder dan 5% van de gevallen ingeroepen! Meestal gaat het om zogenaamde psychische en sociaal-economische motieven. Het kind wordt dan geaborteerd ten gunste van het directe psychische en sociaal-economische welzijn van de moeder.
Een land: Frankrijk, dertig jaar na de wet
Een land: Frankrijk, dertig jaar na de wet
Evolutie van een wet
- De wet Nr 75-17 van 17 januari 1975, de ‘Wet Veil’: “De wet waarborgt het respect van het leven vanaf het begin” (artikel 1). Maar tegelijk wordt abortus provocatus niet meer gestraft. Een gewenste zwangerschapsafbreking (IVF = interruption volontaire de grossaisse) kan uitzonderlijk worden uitgevoerd tot tien weken zwangerschap omwille van een persoonlijke noodsituatie. Deze liberalisering van de abortus werd om gezondheidsredenen uitgevoerd om een reeds bestaande praktijk te omkaderen. Het officiële doel was om het aantal abortussen te beperken. Een luik van de wet voorzag informatie om het verderzetten van een zwangerschap mogelijk te maken.
- De wet Roudy van 31 december 1982: Terugbetaling van de abortus door de sociale zekerheid.
- De wet Neiertz van 27 januari 1993: Deze wet voorzag de bestraffing van het belemmeren van een abortus door derden.
- De Nr 2001-588 van 4 juli 2001: Het recht op abortus wordt een claim tot twaalf weken zwangerschap. De staat vergoedt de abortus volledig. Het luik van de hulpverlening aan moeders die het kind willen houden verdwijnt. Het gesprek vóór de abortus wordt voor de meeste gevallen vrijwillig. Het misdrijf van het aanzetten tot abortus vervalt.
- Decreet van 23 juli 2004: De thuisabortus door middel van de abortuspil RU 486 wordt toegestaan. Dit moet abortus vergemakkelijken en de toegang ertoe vereenvoudigen.
Demografische gevolgen
In 2003 bevond het vruchtbaarheidscijfer in Frankrijk zich rond 1,89 kinderen per vruchtbare vrouw. Maar om een bevolking op peil te kunnen houden, moet dit cijfer minimaal 2,1 kinderen per vrouw bedragen.
Abortus speelt hierbij een niet te onderschatten rol, vermits hij vandaag in Frankrijk de geboorte van 1 op 4 kinderen verhindert. In 2002 waren er in Frankrijk officieel 206 000 abortussen of 30,3 abortussen voor 100 geboortes, 14% meer dan in 1995.
Ongeplande zwangerschappen zijn zeker geen uitzondering. Gemiddeld zou in Frankrijk elke vrouw hier één keer in de loop van haar leven mee geconfronteerd worden. En één op de twee kiest dan voor abortus.
Deze cijfers tonen de reikwijdte van het probleem aan. De vermindering van het aantal abortussen – wat de doelstelling van de wet was – heeft niet plaats gevonden. In een wereld waar alleen over anticonceptie gesproken wordt, blijkt abortus het enige antwoord te zijn op het mislukken van die anticonceptie. Enerzijds wordt alles in het werk gesteld om anticonceptie aan te bevelen als enig middel om abortus te voorkomen. Anderzijds toont de werkelijkheid aan dat het mislukken van anticonceptie precies aanleiding is tot abortus…
Jérôme Lejeune (1926-1994) – een groot geleerde
In augustus 1958 ontdekt de jonge vorser Jérôme Lejeune onder een ouderwetse microskoop dat het zogenaamde mongolisme geen erfelijke degeneratie is ten gevolge van een syfilisbesmetting, maar gewoon een chromosomale afwijking. Hij ontdekt m.a.w. het bestaan van een derde chromosoom 21 of de ‘trisomie 21’. Op slag wordt Lejeune wereldberoemd. In 1962 krijgt hij in Frankrijk de eerste leerstoel voor fundamentele genetica aangeboden en het volgende jaar wordt hij onderzoeksdirecteur van het befaamde CNRS (Centre National de la Recherche Scientifique).
Maar zelf denkt hij reeds verder. Hij gelooft vast in de genezing van de genetische afwijking en tracht de biochemische werkingen te begrijpen, die door het bijkomende chromosoom worden verstoord. Duizenden gehandicapte kinderen worden door hem opgevangen en onderzocht.
Om zijn onderzoek beter te kunnen voorbereiden, ontwikkelt hij een test om reeds tijdens de zwangerschap de handicap te kunnen opsporen. Op die manier hoopt hij mettertijd sneller het kind te kunnen genezen. Hij is dan ook diep geschokt als hij in 1969 vaststelt dat Amerikaanse artsen zijn methode gebruiken om gehandicapte kinderen te kunnen aborteren.
Vanaf dat ogenblik klaagt hij de eugenetische praktijken van deze mensen aan met een wetenschappelijke precisie. Op slag wordt Lejeune doodgezwegen en houdt de prijzenregen op. Wel wordt hij in 1983 lid van de Nationale Academie van Geneeskunde, maar een Nobelprijs zal hij nooit krijgen.
Vandaag lijkt Lejeune stilaan gelijk te krijgen. In de zomer van 2004 heeft Professor William Mobley van de
Stanford University in California samen met een team onderzoekers aan de universiteit van Genève op chromosoom 21 een gen ontdekt dat de verdere ontwikkeling van de hersenen verhindert. Zij maken zich sterk dat ze op lange termijn met medicatie de remmende werking van dit extra gen kunnen stoppen, zodat zelfs ook volwassen trisomie 21-patiënten alvast geestelijk zouden kunnen genezen.
Een getuigenis
Abortus,een getuigenis
De schrijfster Pearl Buck (1892-1973), die in 1938 een Nobelprijs voor de letterkunde kreeg, had een zwaar gehandicapt kind, Carol. Ze heeft daar niet alleen een boekje overgeschreven: ‘Het meisje dat niet groeien kon’. Ze heeft ook een ‘Welcome Home’ opgericht waarin zij haar en nog een 150-tal andere kinderen van allerlei nationaliteiten heeft opgenomen. In een voorwoord van een boek van Robert Cooke: ‘The terrible choice. The Abortion Dilemma’, schreef ze het volgende:
‘Ik ben maar een vrouw als een ander. En toch kan ik mezelf de vraag stellen, nu ik de zaak dieper overpeins en als moeder van een kind dat geestelijk achterlijk is door phenylketonuria, of ik had gewenst dat ze nooit geboren was.
Of beter, laat me de vraag volledig stellen. Als het voor mij mogelijk was geweest te voorzien hoe haar leven zou verlopen hebben, zou ik dan abortus hebben gewenst?
Met mijn volle bewustzijn van de wanhoop en verdriet die ik heb ervaren, is het antwoord: neen, ik zou het niet hebben gewild. Ik zou voor het leven hebben gekozen, en wel om twee redenen.
De eerste is dat ik bevreesd ben voor de macht over leven en dood in mensenhanden. Ik ken geen menselijk wezen aan wie ik zo’n macht zou durven toevertrouwen – noch mijzelf, noch iemand anders.
(…)
Na deze vaststelling geef ik mijn tweede reden om abortus te verwerpen in mijn geval. Het leven van mijn kind was niet zinloos. Ze heeft integendeel troost en praktische hulp gebracht voor vele anderen, o a. de ouders van geestelijk niet ontwikkelde kinderen of van gehandicapten zelf. Jawel: ze deed het niet rechtstreeks maar via mij, maar zonder haar zou ik nooit de kans hebben gekregen te leren om onafwendbaar verdriet te aanvaarden en meer nog om deze aanvaarding vruchtbaar te maken voor anderen.
Zou het zo harteloos klinken wanneer ik zou zeggen dat het zinvol en waardevol was voor mijn kind geestelijk gehandicapt te worden geboren? Zeker niet: haar leven is waardevol geweest, zelfs met haar zware handicap. Ik zou misschien kunnen besluiten door te zeggen dat in deze wereld waar wreedheid in zovele aspecten van ons leven overheerst, ik daar nog niet meer zou willen toe bijdragen door een keus om te doden, eerder dan te laten leven. Een geestelijk of lichamelijk gehandicapt kind of volwassene brengt een eigen levensgeschenk mee, zelfs in het leven van normale mensen. Deze gave is te verstaan in lessen aan geduld, begrip, barmhartigheid: lessen waaraan we allen nood hebben om ze te ontvangen en om ze onder elkaar toe te passen, wie of wat we ook zijn.
Voor deze gave, welke mij geschonken werd door een hulpeloos kind, kon ik alleen maar danken.’
De eed van Hippocrates
De eed van Hippocrates
2500 jaar geleden stelde de Griekse arts Hippocrates van Kos, die de "vader der geneeskunde" wordt genoemd, een eed op die ook nu nog in een gemoderniseerde versie door artsen moet worden afgelegd. Deze eed is de uitdrukking van een zeer verfijnde, hoogstaande moraal. De artsen moeten zich geheel ten dienste stellen van de patiënt:
"Ik zweer bij Apollo, de genezer, bij Asklepios, bij Hygieia, bij Panaceia, en alle goden en godinnen, hen tot getuigen makend, naar mijn vermogen en oordeel, deze eed, deze verbintenis ten uitvoer te zullen brengen.
Dat ik hem, die mij deze kunst leerde, gelijk zal stellen met mijn ouders, have en goed met hem zal delen, hem op zijn verlangen in zijn noden tegemoet zal komen, zijn kinderen op één lijn zal stellen met mijn broeders, hun, als zij dat onderricht wensen, deze kunst zal leren zonder beloning of schuldbewijs; aan de voorschriften, voordrachten en aan het overige onderricht zal laten deelnemen: mijn zonen en die van mijn leermeester, benevens de leerlingen die zich hebben aangesloten, en gehouden zijn aan de medische wet.
De geneeskundige behandeling zal ik aanwenden ten nutte der zieken naar mijn vermogen en oordeel; van hen houden wat ten verderve of tot letsel kan zijn.
Ik zal aan niemand, ook niet op zijn verzoek, enig dodelijk geneesmiddel toedienen, noch mij lenen tot enig advies van dien aard: evenmin zal een vrouw een abortief middel van mij bekomen. Want rein en vroom zal ik mijn leven leiden en mijn kunst uitoefenen.
Ik zweer geen steenlijders te zullen snijden, doch bij die operatie voor deskundigen plaats te zullen ruimen. Waar ik een woning binnentreed, zal ik dat doen in het belang der zieken, mij onthouden van elk moedwillig verkeerde handeling, in het bijzonder van lijfsgenot met vrouwen en mannen of slaven.
Al, wat ik tijdens de behandeling zal zien of horen, of ook in de praktijk in het leven der mensen, voor zover dit nimmer mag worden rondverteld, zal ik verzwijgen, ervan uitgaand dat zulke dingen geheimen zijn.
Moge, indien ik deze eed in vervulling breng en niet breek, het mij welgaan in leven en kunst en moge ik bij alle mensen ten alle tijde eervol bekend staan: bij overtreding echter en meineed moge het tegendeel mijn lot zijn. "
De Belgische abortuswet (1990)
De Belgische abortuswet
Artikel 348 (uit het Strafwetboek)
Hij die, al dan niet geneesheer, door spijzen, dranken, artsenijen, door geweld of door enig ander middel opzettelijk vruchtafdrijving veroorzaakt bij een vrouw die daarin niet heeft toegestemd, wordt gestraft met gevangenisstraf van een jaar tot vijf jaar en met geldboete van honderd frank tot vijfhonderd frank.
Artikel 350
Hij die door spijzen, dranken, artsenijen, door geweld of door enig ander middel opzettelijk vruchtafdrijving veroorzaakt bij een vrouw die daarin heeft toegestemd, wordt gestraft met gevangenisstraf van drie maanden tot een jaar en met geldboete van honderd frank tot vijfhonderd frank.
1° Het feit is evenwel niet strafbaar, indien de zwangere vrouw die door haar toestand in een noodsituatie verkeert, een geneesheer verzoekt haar zwangerschap af te breken en indien de zwangerschapsafbreking uitgevoerd wordt onder de volgende voorwaarden:
a) de zwangerschapsafbreking moet plaatsvinden vóór de twaalfde week na de bevruchting;
b) zij moet onder degelijke medische omstandigheden verricht worden door een geneesheer in een instelling voor gezondheidszorg waar een voorlichtingsdienst bestaat die aan de zwangere vrouw, hetzij op haar verzoek, hetzij op het verzoek van de geneesheer, de passende hulp en raad kan geven over de middelen waarop de vrouw een beroep zou kunnen doen voor de maatschappelijke en psychologische problemen welke door haar toestand zijn ontstaan, en die haar eveneens omstandig kan inlichten inzonderheid over de rechten, de bijstand en de voordelen, bij wet en decreet gewaarborgd aan de gezinnen, aan al dan niet gehuwde moeders en hun kinderen, evenals over de mogelijkheden om het kind dat geboren zal worden te laten adopteren.
2° De geneesheer tot wie een vrouw zich wendt om haar zwangerschap te laten afbreken, moet:
a) de vrouw inlichten over de onmiddellijke of toekomstige medische risico's waaraan zij zich blootstelt door het afbreken van de zwangerschap;
b) de vrouw herinneren aan de verschillende opvangmogelijkheden voor het kind dat geboren zal worden en, indien nodig, een beroep doen op het personeel van de dienst bedoeld in artikel 350 °1, om de voorlichting en de raad te geven voorgeschreven in dat artikel;
c) zich vergewissen van de vaste wil van de vrouw om haar zwangerschap te laten afbreken.
3° De geneesheer kan de zwangerschapsafbreking niet eerder verrichten dan zes dagen na de eerste raadpleging en nadat de vrouw, de dag van de ingreep, schriftelijk te kennen heeft gegeven dat ze vastbesloten is de ingreep te ondergaan. Deze verklaring moet bij het medisch dossier worden gevoegd.
4° De geneesheer of een andere bevoegde persoon van de instelling voor gezondheidszorg waar de ingreep is verricht, moet aan de vrouw de nodige voorlichting verstrekken inzake contraceptiva.
5° Geen geneesheer, geen verpleger of verpleegster, geen lid van het paramedisch personeel kan gedwongen worden medewerking te verlenen aan een zwangerschapsafbreking. De geneesheer die weigert een dergelijke ingreep te verrichten, is gehouden de vrouw bij haar eerste bezoek in kennis te stellen van zijn weigering.
6° Na de termijn van 12 weken kan de zwangerschap slechts worden afgebroken, indien het voltooien van de zwangerschap een ernstig gevaar inhoudt voor de gezondheid van de vrouw of indien het vaststaat dat het kind dat geboren zal worden, zal lijden aan een uiterst zware kwaal die als ongeneeslijk wordt erkend op het ogenblik van de diagnose. In dat geval moet de geneesheer tot wie de vrouw zich heeft gewend, de medewerking vragen van een tweede geneesheer, wiens advies bij het dossier moet worden gevoegd.
Artikel 351
De vrouw die opzettelijk een vruchtafdrijving laat verrichten buiten de voorwaarden gesteld in artikel 350, wordt gestraft met gevangenisstraf van een maand tot een jaar met geldboete van vijftig frank tot tweehonderd frank.
De ontwikkeling van het embryo
De bevruchtingDe bevruchting is de samensmelting van de kern van de eicel en zaadcel. Het begin van het leven van een nieuw uniek individu. Alle erfelijke eigenschappen staan op dat moment vast. |
![]() |
![]() |
4 wekenHet embryo van 4 weken ziet er zo uit. Dit embryo bezit de eerste aanleg van de organen zoals lever, nieren en darmen. De ontwikkeling van de wervelkolom is al te zien. Het hart in aanleg (de rode uitstulping links) klopt al vanaf de 21e dag. De moeder is dan een week overtijd. |
6 wekenHet ongeboren kind ontwikkelt zich van boven naar beneden. De hersenen eerst en de benen en tenen het laatst. Het heeft nog geen botten alleen kraakbeen. Het hart klopt 140 – 150 keer per minuut. Het kind heeft al een mond met lippen en het begin van de tong. De voeten ontwikkelen zich. De vingers en tenen zijn nog niet gescheiden. Langzaam ontwikkelen zich reuk en smaak. |
![]() |
![]() |
8 wekenNa 8 weken spreken we van foetus omdat alle organen in beginsel aanwezig zijn. Zenuwbanen hebben zich gevormd. Iedere minuut ontstaan er zo'n 100 000 nieuwe zenuwcellen. Aan het hoofd zijn oortjes ontstaan. De vingers en tenen zijn helemaal gevormd. Vanaf de 8e week worden de eerste beencellen gevormd. Het kind kan armen en benen bewegen. Ook zijn gelaatstrekken te herkennen. |
11 wekenHet gezicht is helemaal gevormd. De inwendige organen groeien. Ook de spieren ontwikkelen zich. Je ziet de placenta. Om het kind heen zitten de vruchtvliezen gevuld met vruchtwater dat het kind tegen stoten beschermd. Op de foto zie je een bolletje, dat is de dooierzak. Deze zorgt voor de aanmaak van bloedcellen totdat de lever genoeg gegroeid is om deze functie over te nemen. |
![]() |
![]() |
16 wekenHet hoofd beslaat nog ongeveer een derde van de totale lichaamslengte, gemeten van kruin tot stuit. De ruggengraat, de nek en het hoofdje kunnen zich buigen om zich aan te passen aan de vorm van de baarmoeder. Door de placenta wordt het kind gevoed en van zuurstof voorzien. Je ziet de navelstreng tussen de armpjes van het kind. De huid is nog zo dun dat je de bloedvaten er doorheen kunt zien. Dit komt omdat het kind nog geen onderhuids vetweefsel heeft. |
18 wekenHet kind kan al op zijn duim zuigen! Door nu al te zuigen leert het hoe het straks uit de fles of aan de borst moet drinken. De vingernageltjes groeien snel. Soms krabt het kind zichzelf en krijgt het schrammetjes. Het kind kan een vuist maken, het duwt en schopt veel. De stembanden zijn ontwikkeld, maar omdat er geen lucht in de baarmoeder zit, kan het geen geluid maken. Het neemt geruis waar. In het bijzonder de hartslag van de moeder en haar stem. |
![]() |
![]() |
De geboorteEn daar ligt de baby. Een nieuwe mens. Het grote wonder. Al negen maanden in leven. Gegroeid en ontwikkeld om zelfstandig te kunnen leven. Nu nog helemaal afhankelijk, maar later hopelijk een volwassen man of vrouw, die op zijn of haar beurt weer voor kinderen mag zorgen. En mag opkomen voor het leven van ongeboren kinderen. |
Abortus, technieken en methoden
Abortus technieken en methoden
De technieken en methoden waren zeer lang vrij primitief geweest, tot diep in de 19e eeuw maakten vele (vrouwen) artsen evengoed als de ‘engeltjesmakers’ gebruik van allerlei gevaarlijke middeltjes om een vroeggeboorte op te wekken.
Pas vanaf 1880 kende de gynaecologie door toepassing van antisepsis (ontsteking voorkomende middelen), narcose en nieuwe operatietechnieken een echte vooruitgang. Er werden nieuwe abortustechnieken ontwikkeld met minder risico voor de vrouw. Een aantal van die technieken (in het westen) heeft ze nu weer verlaten, zoals de embryotomie of ‘dilatatie & evacuatie (D&E) (het in stukken snijden van het embryo) of de zoutoplossing (het vergiftigen van de foetus in het vruchtwater) als zijnde te barbaars.
Pas in november 2003 werd in de VS de wet ondertekend om de “partial birth abortion” of abortus na gedeeltelijke bevalling te verbieden. Dit is een vorm van abortus waar men tot op een gevorderd stadium het kind in stuitligging laat geboren worden, tot aan het hoofd, dat dan wordt leeggezogen en daarna verbrijzeld.
De technieken die men nu vooral gebruikt zijn:

‘Ik ben maar een vrouw als een ander. En toch kan ik mezelf de vraag stellen, nu ik de zaak dieper overpeins en als moeder van een kind dat geestelijk achterlijk is door phenylketonuria, of ik had gewenst dat ze nooit geboren was.
"Ik zweer bij Apollo, de genezer, bij Asklepios, bij Hygieia, bij Panaceia, en
alle goden en godinnen, hen tot getuigen makend, naar mijn vermogen en
oordeel, deze eed, deze verbintenis ten uitvoer te zullen brengen.







