Veelgestelde vragen
woensdag, 05 april 2006 16:35

Mag abortus of niet? De ethische kwestie

Mag abortus of niet?

De ethische kwestie

Mag abortus of niet? Op deze ogenschijnlijk simpele vraag kan men dus ofwel antwoorden met ja, al dan niet onder bepaalde voorwaarden, ofwel met nee. Maar elk van deze antwoorden roept meteen een nieuwe vraag op, met name op grond waarvan of met welk recht mag je dan zeggen dat abortus al dan niet mag? Dan lijkt het antwoord niet zo simpel meer te zijn. Een diepgaande reflectie over de grondslagen van de moraal of ethiek dringt zich dan op.

Keuze voor of tegen abortus?

Uit de laatste cijfers blijkt dat er jaarlijks in België zo'n 18 000 kinderen geaborteerd worden. Bij jongeren onder de 20 eindigt bijna 43% van de zwangerschappen in abortus.
De meest genoemde motivatie om tot abortus over te gaan is 'het op dit moment niet hebben van een kinderwens' of zichzelf te jong vinden. Ook worden slechte financiën, sociale problemen en een voltooid gezin als reden opgegeven.
Blijkbaar is de onmiddellijke toekomst van de ouder(s) belangrijker dan het leven van het ongeboren kind. De geboorte van een kind zou de toekomstplannen dwarsbomen en dus moet het kind weg.

Is een ongeboren kind een volwaardige mens?


Is een ongeboren kind een volwaardige mens, ook al is zijn leven nog niet ontwikkeld?
Wanneer 23 chromosomen van de eicel versmelten met 23 chromosomen van de zaadcel is er al sprake van een mens. Biologisch gezien ligt de unieke genetische code van een nieuwe persoon vast: er bestaat zo geen tweede, die heeft nooit bestaan en die zal nooit meer bestaan. Ieder van ons is zelf zo ontstaan. Alle kenmerken van de persoon liggen vast en zullen daarna alleen nog maar ontwikkelen. Vanaf de derde week klopt het hartje al en tijdens de elfde week ontwikkelen de vingers zich met de afdruk die in onze maatschappij juridisch als identificatie van een persoon geldt. Een ongeboren kind is uniek en elke dag die het leeft, bouwt het aan zijn eigen bestaansgeschiedenis. Mag je het leven van een persoon die als 'ongewenst' wordt ervaren, beëindigen? Een abortus is immers onherroepelijk en kan nooit ongedaan worden gemaakt, ook niet als er later spijt zou komen.

Wat in moeilijke situaties ?

Een kind dat niet verwacht wordt, brengt veel gevoelens en emoties teweeg en dat mag je niet vergeten. Geen enkel meisje mag met haar probleem blijven zitten. Maar welk probleem pak je aan? Hoe zit het met de opvang en zorg voor het zwangere meisje zelf? Wat met de school of het werk? De partner? De ouders, de omgeving? De financiën?… We dragen hierbij allemaal een grote verantwoordelijkheid. De vraag is ook waarom er een keuze voor abortus wordt gemaakt. Vaak dringen anderen (partner, ouders, omgeving,…) aan op zwangerschapsafbreking. Deze druk wordt zelfs door hulpverleners uitgeoefend met het argument dat het de meest voor de hand liggende of zelfs de enige reële optie is. Er zijn natuurlijk nog veel meer redenen te bedenken. Redenen als angst, slechte timing en moeilijke omstandigheden horen daar zeker bij. Soms moeten haast onmogelijke keuzes gemaakt worden tussen moeder èn kind.

Een mening ontwikkelen

‘Kiezen vraagt kennis’. Daarom is het belangrijk dat je hier op voorhand een duidelijke mening over vormt. Aan de hand van getuigenissen en positief beeldmateriaal over de ontwikkeling van het menselijk leven, worden de jongeren tijdens voorlichtingssessies tot nadenken gedwongen, waarna een bewuste reflectie ontstaat. De hulpverlening van ’Jongeren Info Life verleent hulp aan alle betrokkenen, niemand uitgezonderd en zonder enig vooroordeel waarbij het gaat om de vrouw, het kind, de relatie en de omgeving.

Bestaat er iets als objectief goed en kwaad?

Hoe weten wij of een bepaalde handeling goed of slecht is? Op grond waarvan kunnen wij zeggen dat iets goed of slecht is?

Zijn er waarden, wetten, normen die algemeengeldend zijn, m a w. kunnen we spreken van een objectief goed of kwaad, dat dus voor iedereen, die van goede wil is, al dan niet gemakkelijk te ontdekken valt?

Maar waarom dan al die verschillen in opvattingen over goed en kwaad in de verschillende culturen en groepen? Of hangen de inhouden van de begrippen goed en kwaad gewoonweg af van ieders persoonlijke appreciatie? Zijn goed en kwaad dus totaal subjectief? M a w. heeft ieder zijn eigen goed en kwaad dat totaal losstaat van het goed en kwaad van de anderen?

Maar op grond waarvan kunnen wij dan nog van misdaden spreken? Mogen we dan Hitler en zijn handlangers nog wel als misdadigers afschilderen, want zij zagen het uitroeien van de joden zelf als iets goeds?

Bestaan goed en kwaad dan nog wel of zijn het slechts hersenspinsels van de mensen, bedenksels of uitvindingen? Maar als het slechts hersenspinsels zijn, waarom voelen mensen zich dan zo geraakt als zij menen het ‘slachtoffer’ te zijn van een bepaald ‘kwaad’ of waarom blijven mensen zich steeds weer opnieuw schuldig voelen?

Er zullen steeds filosofieën blijven bestaan die elke transcendente (boven en buiten de wereld) of objectieve grondslag voor waarden en normen ontkennen. We denken maar aan die van Nietzsche die beweert dat de sterke (elitaire, machtige, intelligente, moedige, vooraanstaande, zelfbewuste, vrije, vitale) mens zijn eigen waarden en normen moet maken en die opleggen aan de (vulgaire, machteloze, domme, blinde, laffe, onderdanige, slaafse, zwakke) massa. Maar de meeste mensen zullen bewust of eerder intuïtief erkennen dat er wel iets als een objectief goed en kwaad bestaat, dat er wel transcendente waarden, wetten en normen zijn die voor iedereen gelden, alleen vragen ze wel veel moeite van ons (geweten) om die te achterhalen en zal niemand nooit het volledige inzicht in het onderscheid tussen goed en kwaad bereiken.

Goed en kwaad zijn geen vrijblijvende begrippen

Goed en kwaad zijn dus geen vrijblijvende begrippen, ze vragen van elke (volwassen, vrij en bewust) mens een persoonlijke stellingname. Elke (volwassen, vrij en bewust) mens moet dus voor zichzelf ontdekken wat hij denkt dat volgens hem goed en kwaad is en dan er naar handelen. Zijn kijk op wat goed en kwaad is, wordt sterk bepaald door zijn visie op mens en wereld, door zijn levensbeschouwing. Elke ethiek is dus steeds ingebed in een bepaalde levensbeschouwing.{mospagebreak title=Personalisme}

Personalisme versus autonomie van het individu

I v m. de discussie over de geoorloofdheid van abortus laten we twee filosofische visies op mens en wereld aan het woord: het personalisme en de autonomie van het menselijk individu.

(1) Personalisme

Het personalisme is een filosofische stroming, ontstaan in de 20e eeuw, die tegelijk het unieke van elke menselijke persoon en zijn verbondenheid met andere menselijke personen sterk benadrukt.

Het unieke: omdat elk mens zijn eigen oorsprong en waarde heeft die niet afhangt van (het oordeel van) andere mensen.

Zijn verbondenheid: omdat de mens fundamenteel relationeel is. De mens kiest niet vrijblijvend voor relaties, de mens is in wezen relatie. Men kan de mens niet los denken van zijn medemensen. Elk mens heeft zijn ontstaan, ontwikkeling en identiteit geheel of deels te danken aan zijn medemensen en draagt zelf deels of geheel bij tot het ontstaan, de ontwikkeling en de identiteit van andere mensen. Daarom zijn de mensen ook verantwoordelijk voor elkaar. Omgaan met elkaar is natuurlijk voor de mens, tegennatuurlijk is dan weer de onverschilligheid die steeds het gevolg is van een principiële afwijzing van de medemens in het hart. Joden en christenen geloven in een God die met elke mens een persoonlijke relatie wil aangaan en die elk mens oproept Hem en zijn medemensen te beminnen. Het joodse en christelijk geloof is dus in feite personalistisch: alles wordt bekeken vanuit een ik-jij-relatie. Maar ook atheïsten, agnostici en mensen van andere levensbeschouwingen kunnen personalisten zijn.

Welke consequentie heeft deze visie op de morele vraag of abortus mag of niet? Voor een personalist heeft elk menselijk leven een eigen waarde die niet herleid kan worden tot het oordeel van andere mensen. Daarom kan de mens niet (zomaar) beslissen over het leven van een ander.

Dit geldt ook voor het embryo en de foetus.

‘Want het embryo is geen reproduceerbaar voorwerp in het lichaam van de vrouw, is geen anoniem cellenmagma, het bezit een identiteit en een uniekheid die langzaam, van dag tot dag, naam en gestalte zullen krijgen in de verwachting van de moeder (en van de vader). Ouders vragen zich van het prille begin af hoe hun kindje er zal uitzien, of het een jongetje of een meisje zal zijn, op wie het zal gelijken.

In het embryo zien we ons dus geplaatst tegenover een – weliswaar ontluikende - medemens die tot eerbied of verbondenheid oproept. Niet objectiverende gevoelloosheid maar schroomvolle eerbied blijft hier de normale houding. De huiver voor het schenden van het embryo is geen oppervlakkige, voorbijgaande gevoeligheid noch een dom sentiment dat zo snel mogelijk moet worden afgebouwd. In de huiver manifesteert zich integendeel een belangwekkend gegeven: dat wij raakbaar zijn door de aanwezigheid van een – zij het toekomstig – medemens. We drukken er onze fundamentele verwantschap met het embryo in uit. De weerloosheid van het embryo doet denken aan de radicale kwetsbaarheid van alle menselijke bestaan. De gevoelens van het respect voor het embryo zijn de uitdrukking van dezelfde morele bewogenheid en dezelfde nederigheid die ons ontvankelijk maken voor het lot van de gekneusde en door lijden ontluisterde mens. In de gevoelens van huiver tegenover het embryo herkennen wij onszelf als ethische wezens: als wezens die gevoelig zijn voor wat de waardigheid van de mens bedreigt, ook al is deze nog niet in staat om respect voor deze waardigheid af te dwingen. (Uit: W. Van Reussel, Leven & Dood, p. 35 e v )’

Een personalist is in principe tegen abortus. Het leven dat in de moederschoot ontstaat, heeft een eigen waarde dat niet afhangt van het oordeel van andere mensen. Als bepaalde personalisten toch vinden dat abortus mag, dan is dat slechts bij wijze van uitzondering, als er andere heel zwaarwichtige redenen in het geding zijn die het uitdragen van de zwangerschap risicovol maken voor de moeder. Personalisten verwerpen dus de vrije keuze voor abortus. Er is dus geen sprake van een zogenaamd recht op abortus (‘baas in eigen buik’).

Voor wie het moeilijk heeft om de voorgaande redenering te volgen, kan misschien het volgende helpen om te begrijpen waarom personalisten tot deze conclusie komen. Voor personalisten gaat het uiteindelijk om de liefde. We kunnen de mensen slechts als personen respecteren als we van hen houden. Vanuit het standpunt van de liefde is abortus een verkeerde daad. We kunnen misschien wel begrip opbrengen dat sommige mensen in moeilijke omstandigheden toevlucht nemen tot abortus maar eigenlijk is dat steeds een capitulatie tegen de liefde.

De personalisten weten zich gesteund in hun visie op de mens als relationeel wezen in het feit dat vele vrouwen die een kind hebben laten aborteren, die abortus achteraf als traumatisch hebben ervaren onafgezien van het feit of ze die abortus geheel uit eigen keuze of instemming hebben gedaan of onder druk vanuit de omgeving.{mospagebreak title=De autonomie van het individu}

(2) De autonomie van het individu

De mens is een autonoom individu. Het individu is een soeverein bezitter van zijn eigen leven. De mens schept, ontwerpt en creëert zijn eigen leven. In de mens sluimeren tal van mogelijkheden die erom vragen om gerealiseerd te worden. De mens bepaalt zelf zijn doelen die hij wil bereiken in zijn leven en realiseert daarbij zijn mogelijkheden (= zelfrealisatie of zelfontplooiing). Hij kan dus doen met zijn leven wat hij wil zolang hij de vrijheid van de ander niet aantast (recht op zelfbeschikking).

Het autonome individu ziet zijn verhoudingen met anderen het liefst in termen van een contract dat kan worden aangegaan en verbroken onder de voorwaarden die het zelf in vrijheid heeft bepaald. Dit contract is wederkerig: het erkent de morele gelijkwaardigheid van de ander. Men is elkaar schuldig waartoe men zichzelf heeft verplicht, niet meer en niet minder. Als de schuld niet kan worden vereffend, dan volgt het verbreken van de relatie. Niemand is op grond van de vrijheid van zijn individuele autonomie verplicht een relatie voort te zetten of te herstellen met iemand die schuldig tegenover hem of haar staat.

Het liberale ‘zelf’ beschouwt zijn relaties als ophaalbruggen die het op elk gewenst moment kan op- en neerlaten. Het ‘zelf’ in dit mensbeeld is een eiland van neutraliteit dat zijn morele integriteit denkt te kunnen bewaren door van niemand loyaliteit te verwachten, en met niemand solidair te zijn. Tolerantie is de hoogste deugd.

Het voelt zich vooral verantwoordelijk tegenover zichzelf, in die zin of hij erin geslaagd is dichterbij te komen tot de doelen die het individu zich gesteld heeft.

Welke consequentie heeft deze visie op de morele vraag of abortus mag of niet? Mensen die uitgaan van de autonomie van het individu spreken vooral van het recht op zelfbeschikking. Iedere mens doet met zijn leven wat hij wil.

Hun visie op abortus zal dan vooral afhangen van welk statuut ze geven aan het ongeboren kind. Zolang ze het embryo en de foetus niet zien als een eigen autonoom wezen, maar eerder als een klompje cellen, zullen zij eerder spreken van het recht op zelfbeschikking van de vrouw. Als ze het kind niet wenst, mag ze het dan laten wegnemen (het zogenaamde recht op abortus). Iedere (zwangere) vrouw is dus vrij al dan niet te kiezen voor abortus (pro-choice).

Mensen kunnen vanuit de visie van de autonomie van het individu zichzelf hoge doelen en idealen stellen. Maar diezelfde visie kan evengoed een vrijbrief zijn voor al wie wil handelen vanuit een egocentrisch hedonisme.

Zo heeft de Australische filosoof Peter Singer een nieuwe (?) ethiek voor de maakbare mens ontwikkeld die berust op het menselijk autonoom handelen. Het betreft een ethiek van het hoogst mogelijk geluk. In de lijn van deze ethiek stelt hij het volgende ‘een abortus maakt een einde aan een bestaan dat geen enkele ‘intrinsieke' waarde heeft'[1]. (Peter Singer, Een ethisch leven, p. 206) Vervolgens argumenteert hij dat pasgeboren baby's op hetzelfde niveau staan als foetussen, wat betreft het recht op leven. Wel vindt hij het moeilijk om aan te geven wanneer een kind recht op leven krijgt, misschien bij een leeftijd van 2 of 3 jaar. Voor de zekerheid stelt hij dat baby's tot een paar maanden in ieder geval geen recht op leven hebben. De visie rond gehandicapt leven wordt duidelijk weergegeven in het citaat: ‘als de dood van een gehandicapt kind leidt tot de geboorte van een ander kind met gunstiger vooruitzichten, zal de totale hoeveelheid geluk groter zijn. Het verlies van geluk voor het eerste kind wordt gecompenseerd door de winst van een gelukkiger leven voor het tweede. Als het doden van het kind met hemofilie geen ongunstig effect heeft op anderen, zou het daarom volgens de totaalvisie goed zijn'(uit Peter Singer, Een ethisch leven, p. 24) . Samengevat zegt hij dat wanneer een kind (hetzij ongeboren of geboren) het eigen geluk bemoeilijkt of de eigen groeikansen naar geluk in de weg staat (bij bvb. een handicap) dan mag het gedood worden.

{mospagebreak title=Het kerkelijk standpunt}

Het kerkelijk standpunt

Evangelium Vitae

Paus Johannes Paulus II wijdde in 1995 een nieuwe encycliek aan de waardigheid van de menselijke persoon. Hij voelde dat dit nodig was, omwille van de groeiende uitdagingen in de moderne maatschappij. Al de onderwerpen die vandaag actueel zijn, worden behandeld. De ethische problemen over gezinsplanning, demografie, abortus, IVF, euthanasie,... worden helder geanalyseerd.

In hoofdstuk vijf kunnen we het volgende lezen:

5. Aan het probleem van de bedreigingen van het menselijk leven in onze tijd was het Buitengewoon Consistorie van de kardinalen gewijd, dat plaatsvond in Rome van 4 tot 7 april 1991. Na een uitvoerige en diepgaande bespreking van het probleem en van de uitdagingen waarvoor de hele mensenfamilie geplaatst is en vooral de christelijke gemeenschap, hebben de kardinalen mij eenstemmig gevraagd om met het gezag van de Opvolger van Petrus de waarde van het menselijk leven en zijn onaantastbaarheid opnieuw te bevestigen, met verwijzing naar de actuele omstandigheden en naar de aanslagen die het vandaag bedreigen... (deel van tussen uit gelaten)

...Haar roepen is altijd dat van het evangelie voor de verdediging van de armen van de wereld, die bedreigt, ondergewaardeerd en onderdrukt worden in hun mensenrechten'.

Het fundamentele recht op leven wordt vandaag bij een grote menigte zwakke en weerloze menselijke wezens, in het bijzonder bij ongeboren kinderen, met voeten getreden. Als de Kerk aan het einde van de vorige eeuw niet kon zwijgen over het toen heersende onrecht, dan nog minder nu, nu bij het sociale onrecht van het verleden, dat helaas nog niet overwonnen is, in zoveel delen van de wereld zich vormen van onrecht en onderdrukking voegen die nog veel ernstiger zijn, die misschien verwisseld worden met elementen van de vooruitgang met het oog op de vorming van een nieuwe wereldorde.

De voorliggende encycliek, vrucht van de samenwerking van het Episcopaat van ieder land in de wereld, wil dus een precieze en krachtige herbevestiging zijn van de waarde van het menselijk leven en van zijn onschendbaarheid, en tegelijk een hartstochtelijk appel gericht aan allen en aan iedereen, in naam van God: respecteer, verdedig, bemin en dien het leven, ieder menselijk leven! Alleen op die weg zul je gerechtigheid, ontwikkeling, echte vrijheid, vrede en geluk vinden!

Mogen deze woorden alle zonen en dochters van de Kerk bereiken. Mogen zij alle personen van goede wil bereiken, die bezorgd zijn voor het welzijn van iedere man en vrouw en om het lot van de hele samenleving!

In deze encycliek geeft de Paus een dieper inzicht in de verschillende manieren waarop het menselijk leven wordt behandeld. Hij analyseert het gangbare denken in de moderne maatschappij en toont de misvattingen.

Catechismus van de Katholieke Kerk

In 1993 gaf het Vaticaan een nieuw compendium van de onveranderlijke leer van de Katholieke Kerk uit: de Catechismus van de katholieke Kerk (uitgegeven vóór de spellingshernieuwing en daardoor beter bekend als KKK) behandelt de menselijke seksualiteit in de tweede sectie, de tien geboden.

Het vijfde gebod: "Je zult niet doden", spreekt duidelijk over abortus.

2270 Het menselijk leven moet volstrekt geëerbiedigd en beschermd worden vanaf het moment van de conceptie. Vanaf het eerste ogenblik van zijn bestaan moeten de rechten van de persoon voor elk menselijk wezen erkend worden, waaronder het onschendbaar recht op het leven, een recht dat aan elk onschuldig wezen toekomt.

Voordat ik u in de moederschoot vormde, koos ik u uit; voordat ge geboren werd, bestemde ik u voor Mij (Jer. 1,5).

Mijn diepste wezen is U niet verborgen. Toen ik geheimnisvol werd voortgebracht, mijn levensdraden in de schoot gevlochten werden (Ps. 139,15)

Het is duidelijk dat de leer van de Kerk nooit is veranderd sinds het begin van het christendom

2271 Vanaf de eerste eeuw heeft de kerk voorgehouden dat elke opzettelijke abortus ('abortus provocatus') een moreel kwaad is. Dit onderricht is nooit veranderd. Het blijft een vaste leer. De rechtstreekse vruchtafdrijving, die als doel of als middel gewild wordt, is ernstig in strijd met de zedenwet:

Gij zult het kind niet doden door abortus en de pasgeborene zult gij niet laten sterven.

God immers, de Heer van het leven, heeft aan de mensen de uitmuntende taak toevertrouwd om zorg te dragen voor het leven; deze taak moet op menswaardige wijze worden vervuld. Daarom moet het leven reeds vanaf de ontvangenis met uiterste zorg worden beschermd; vruchtafdrijving en kindermoord zijn afschuwwekkende misdaden.

2272 De formele medewerking aan abortus is een zware zonde. De kerk bestraft deze misdaad tegen het menselijk leven met de kerkelijke straf van excommunicatie: 'Wie vruchtafdrijving bewerkt met daadwerkelijk gevolg, loopt een excommunicatie van rechtswege op' 'door het feit zelf dat hij het misdrijf begaat' en volgens de voorwaarden bepaald door het kerkelijk recht. Hiermee wil de kerk niet het terrein van de barmhartigheid inperken. Maar wel maakt ze hiermee duidelijk hoe zwaar deze misdaad is en hoe onherstelbaar,de schade, toegebracht aan het onschuldige slachtoffer, aan zijn ouders en aan de hele samenleving.

2273 Het onvervreemdbaar recht op het leven van elke onschuldige menselijke persoon vormt een constitutief element van de burgerlijke samenleving en haar wetgeving:

'De onvervreemdbare rechten van de persoon moeten door de burgerlijke samenleving en de politieke overheid erkend en geëerbiedigd worden. De mensenrechten hangen niet af van de individuele persoon en evenmin van de ouders; ze zijn evenmin concessies van de gemeenschap en van de staat; ze behoren tot de menselijke natuur en zijn inherent aan de persoon, omwille van de scheppingsdaad, waarin de persoon zijn oorsprong vindt. Onder deze fundamentele rechten moeten wij vermelden: het recht op leven en op fysieke integriteit van elke mens, vanaf zijn conceptie tot aan zijn dood'.

'Op het ogenblik dat een positieve wet een categorie van menselijke wezens berooft van de bescherming, die de burgerlijke wetgeving hen moet verzekeren, miskent de staat de gelijkheid van allen voor de wet. Wanneer de staat zijn macht niet ten dienste stelt van de rechten van alle burgers, en speciaal van de zwakste, wordt de basis zelf van de rechtstaat bedreigd (...). Omdat het kind vanaf het moment van de conceptie moet kunnen rekenen op eerbied en bescherming, zal de wet dus moeten voorzien in geëigende strafrechtelijke sancties voor elke opzettelijke schending van de rechten van het kind'.

Verklaring van de Belgische Bisschoppen over Abortus van mei '73:

'We kunnen begrijpen dat abortus voor sommige mensen in een noodtoestand voorkomt als de enige nog overblijvende mogelijkheid. Degenen die geneigd zijn tot abortus hun toevlucht te nemen, daartoe te helpen of daarop aan te sturen, zouden we met heel de bezorgdheid die in ons leeft, willen inzien dat de mogelijkheid zelfs geen wanhoopsoplossing biedt. Geen enkele situatie, hoe tragisch ook, rechtvaardigt het doden van een persoon in wording, die het menselijk embryo vóór de geboorte is. De houding die we voorstaan, lijkt ons de enige die de mens en de samenleving waardig is. Ze opteert voor doelbewustheid en kracht, en niet voor de gemakkelijkheidoplossing die wil nabootsen wat elders gebeurt of die de moeilijkheden ontwijkt. Ze bevordert de eerbied voor alle menselijke personen door zich veeleisend te tonen in onze gedragingen tegenover de zwaksten. Maar tevens is het van absoluut belang het volgende te herhalen: al zijn we verplicht bepaalde daden als immoreel en tegelijk onwettig af te wijzen, nooit hebben we, of iemand anders, het recht een oordeel uit te spreken over het geweten en de graad van verantwoordelijkheid van degenen die deze daden stellen. En zo de eisen van het sociale leven, maatregelen tegenover deze personen vragen of rechtvaardigen, dan kan hun toestand en hun kommer toch van die aard zijn, dat deze mensen bij eenieder eerder begrip dan onverbiddelijkheid zouden moeten ontmoeten. We kunnen het nooit genoeg herhalen: het is op het wegwerken van de omstandigheden, die een vrouw tot abortus aanzetten, dat de ganse maatschappij zonder uitstel haar inspanningen moet richten.'

De Belgische Bisschoppen stellen heden voor:

  • de inspanningen door de verantwoordelijken ondernomen om informatie en opvoeding te verstrekken inzake seksualiteit en verantwoord ouderschap, en dit in een geest van vorming tot ware liefde en eerbied voor de personen;
  • een vernieuwde sociale, culturele en familiale politiek ten voordele van de gehandicapten, de natuurlijke kinderen, de ongehuwde moeders en de gezinnen in moeilijkheden;
  • de herziening van de wetgeving ten einde de adoptie te vergemakkelijken en aan te moedigen.'

Gepubliceerd in Scriptiepakket
woensdag, 22 maart 2006 15:24

werkje maken over abortus

Ik moet een werkje maken over abortus, waar vind ik alle nodige informatie?

Hiervoor hebben we speciaal een scriptiepakket ontwikkeld dat je hier kan downloaden. Je vind hier de laatste cijfers aangaande abortus, de wetgeving, de verschillende manieren van abortus, een ethische reflectie,…downloaden maar

Meer weten? e-mail naar Dit e-mailadres is beschermd tegen spambots. U heeft Javascript nodig om het te kunnen zien.

Gepubliceerd in Veelgestelde vragen
 

Vlaams noodnummer : 03 225 08 02

© 2006-2010 Jongereninfolife