Een getuigenis
Abortus,een getuigenis
De schrijfster Pearl Buck (1892-1973), die in 1938 een Nobelprijs voor de letterkunde kreeg, had een zwaar gehandicapt kind, Carol. Ze heeft daar niet alleen een boekje overgeschreven: ‘Het meisje dat niet groeien kon’. Ze heeft ook een ‘Welcome Home’ opgericht waarin zij haar en nog een 150-tal andere kinderen van allerlei nationaliteiten heeft opgenomen. In een voorwoord van een boek van Robert Cooke: ‘The terrible choice. The Abortion Dilemma’, schreef ze het volgende:
‘Ik ben maar een vrouw als een ander. En toch kan ik mezelf de vraag stellen, nu ik de zaak dieper overpeins en als moeder van een kind dat geestelijk achterlijk is door phenylketonuria, of ik had gewenst dat ze nooit geboren was.
Of beter, laat me de vraag volledig stellen. Als het voor mij mogelijk was geweest te voorzien hoe haar leven zou verlopen hebben, zou ik dan abortus hebben gewenst?
Met mijn volle bewustzijn van de wanhoop en verdriet die ik heb ervaren, is het antwoord: neen, ik zou het niet hebben gewild. Ik zou voor het leven hebben gekozen, en wel om twee redenen.
De eerste is dat ik bevreesd ben voor de macht over leven en dood in mensenhanden. Ik ken geen menselijk wezen aan wie ik zo’n macht zou durven toevertrouwen – noch mijzelf, noch iemand anders.
(…)
Na deze vaststelling geef ik mijn tweede reden om abortus te verwerpen in mijn geval. Het leven van mijn kind was niet zinloos. Ze heeft integendeel troost en praktische hulp gebracht voor vele anderen, o a. de ouders van geestelijk niet ontwikkelde kinderen of van gehandicapten zelf. Jawel: ze deed het niet rechtstreeks maar via mij, maar zonder haar zou ik nooit de kans hebben gekregen te leren om onafwendbaar verdriet te aanvaarden en meer nog om deze aanvaarding vruchtbaar te maken voor anderen.
Zou het zo harteloos klinken wanneer ik zou zeggen dat het zinvol en waardevol was voor mijn kind geestelijk gehandicapt te worden geboren? Zeker niet: haar leven is waardevol geweest, zelfs met haar zware handicap. Ik zou misschien kunnen besluiten door te zeggen dat in deze wereld waar wreedheid in zovele aspecten van ons leven overheerst, ik daar nog niet meer zou willen toe bijdragen door een keus om te doden, eerder dan te laten leven. Een geestelijk of lichamelijk gehandicapt kind of volwassene brengt een eigen levensgeschenk mee, zelfs in het leven van normale mensen. Deze gave is te verstaan in lessen aan geduld, begrip, barmhartigheid: lessen waaraan we allen nood hebben om ze te ontvangen en om ze onder elkaar toe te passen, wie of wat we ook zijn.
Voor deze gave, welke mij geschonken werd door een hulpeloos kind, kon ik alleen maar danken.’
Boekbesprekingen
Irma Morelis
Ik puber wat, begrijp je dat?
Bemmel, Morelis Publicity, 2003
“Ik puber wat” is in feite een lang gesprek dat de auteur voert met haar lezers, vooreerst de pubers zelf, maar ook hun ouders. Morelis put haar inspiratie uit haar eigen leven, haar eigen puberjaren, haar jarenlang werken als politierechercheur bij de afdeling jeugd- en zedenzaken en uiteraard uit haar ervaring als moeder van twee tieners. Jezelf leren aanvaarden met je veranderende lichaam en hierover leren praten met anderen. Spreken in elkaars taal, daar begint het mee.Wil je als puber jezelf en je gedrag trachten te begrijpen, wil je als ouder weten hoe je met je puber in contact kunt komen, dan is dit werkje warm aanbevolen. Morelis slaagt erin tegelijk duidelijk te zijn en ouders en pubers een hart onder de riem te steken.

‘Ik ben maar een vrouw als een ander. En toch kan ik mezelf de vraag stellen, nu ik de zaak dieper overpeins en als moeder van een kind dat geestelijk achterlijk is door phenylketonuria, of ik had gewenst dat ze nooit geboren was.